Direct naar content

Stappenplan Grip op wisselende inkomsten

Stappenplan

Als flexwerker of zzp’er kun je te maken hebben met wisselende inkomsten. Hoe krijg je dan grip op je inkomsten en uitgaven? Het maken van een jaarbegroting helpt. Dit stappenplan geeft uitleg. 

Voordat je begint is het slim het Nibud-sjabloon voor een jaarbegroting (Excel) te downloaden. Die vul je hierna stap voor stap in met jouw gegevens. 

1. Maak een overzicht van de vaste lasten 

Vaste lasten zijn uitgaven die met een vaste regelmaat terugkomen. Vaak is het periodiek hetzelfde bedrag en is er een contract of overeenkomst voor afgesloten. Denk hierbij aan: 

  • Huur, hypotheek en servicekosten 
  • Energie en water 
  • Lokale lasten, zoals gemeentelijke heffingen en waterschapsbelastingen 
  • Verzekeringen 
  • Kinderopvang 
  • Telefoon en internet 
  • Abonnementen 

Sommige vaste lasten komen maandelijks terug, zoals de huur of hypotheek. Maar er zijn ook uitgaven die je maar één keer per jaar of kwartaal betaalt. Zoals sommige verzekeringspremies of de lokale lasten. Om daar goed inzicht in te krijgen is het handig om alle te verwachten uitgaven in een jaarbegroting op te nemen.  

Kijk voor de jaarbegroting naar de betalingen van het liefst een jaar, maar in ieder geval van de afgelopen drie maanden. Denk hierbij ook aan alle automatische incasso’s en abonnementen. Zet ze onder elkaar of neem ze over in de jaarbegroting. 

2. Zet huishoudelijke uitgaven op een rij 

Ook huishoudelijke uitgaven komen elke maand terug. Maak hiervan een inschatting voor jouw jaarbegroting.  

Denk bijvoorbeeld aan:  

  • Boodschappen 
  • Persoonlijke verzorging, cosmetica en kapper 
  • Schoonmaakmiddelen, glazenwasser, hulp in de huishouding 
  • Huisdieren 

Lees meer over huishoudelijke uitgaven.   

3. Bepaal je noodzakelijke uitgaven 

Bereken welk bedrag je maandelijks echt nodig hebt om de vaste lasten en huishoudelijke uitgaven te kunnen betalen. Dat zijn kosten waar je niet omheen kunt. Je kunt met een gemiddeld bedrag per maand werken, of met de (soms wisselende) bedragen uit je jaarbegroting. 

Twee bankrekeningen 

Om overzicht te bewaren is het handig om twee bankrekeningen te hebben. Eén waarop de inkomsten binnenkomen en een tweede waarvan je de vaste lasten en de boodschappen betaalt.  

Maak het bedrag voor het totaal van de noodzakelijke uitgaven over van de inkomstenrekening naar de vaste-lasten-rekening. Doe dit via een maandelijkse overschrijving. Zo heb je altijd genoeg saldo voor de uitgaven die je moet doen.  

4. Schat je inkomsten 

Maak een overzicht van de inkomsten van het laatste jaar of half jaar. Het kan gaan om inkomsten uit werk, maar ook bijvoorbeeld toeslagen of kinderbijslag. Ga na in welke maanden je de verschillende inkomsten krijgt. Toeslagen ontvang je bijvoorbeeld één keer per maand, maar de kinderbijslag één keer per kwartaal. Kijk ook of je vakantiegeld maandelijks krijgt of één keer per jaar. 

Maak op basis van dit overzicht een schatting van de totale inkomsten voor het komende jaar, en de verdeling over de maanden. En vul dit in je jaarbegroting in. 

Recht op toeslagen? 

  • Ook bij wisselende inkomsten kun je recht hebben op toeslagen. Zoals zorg-, kinderopvang- of huurtoeslag. Op de site van de Belastingdienst bereken je of je er recht op hebt.  
  • Geef veranderingen in je inkomsten binnen vier weken door op toeslagen.nl. Schat je inkomen niet te laag in. Dan voorkom je dat je achteraf toeslag moet terugbetalen. Als je te weinig hebt ontvangen, krijg je geld terug.  
  • De meeste toeslagen kun je ook nog achteraf aanvragen. Zorgtoeslag en huurtoeslag kun je aanvragen tot 1 september in het volgende jaar. Kinderopvangtoeslag moet je zo snel mogelijk aanvragen. 

Heeft je partner wel een vast inkomen? Dan kun je hiermee een deel van de vaste lasten betalen. Ga samen na welk deel van de gezamenlijke noodzakelijke uitgaven uit het inkomen van je partner betaald kunnen worden.  

Wil je de uitgaven gezamenlijk verdelen? Dan kun je bijvoorbeeld op basis van het inkomen van vorig jaar een verdeling maken. Bijvoorbeeld in verhouding naar inkomen, een vast bedrag of ieder de helft. 

Lees hier meer over je geldzaken met je partner regelen.

5. Beoordeel je jaarbegroting 

Je weet nu welke inkomsten en noodzakelijke uitgaven je in een jaar kunt verwachten. Alles staat overzichtelijk in een jaarbegroting. 

In de jaarbegroting zie je nu in welke maanden je meer of minder inkomsten hebt. En ook in welke maanden je misschien (on)voldoende inkomsten hebt om de noodzakelijke uitgaven te kunnen betalen. Het is slim om voor deze momenten in de rijkere maanden geld apart te zetten op een spaarrekening. Zodat je daar in de armere maanden wat vanaf kunt halen.  

Tips bij tekorten: 

  • Bekijk regelmatig of alle verzekeringen, abonnementen en andere vaste lasten die je hebt, echt nodig zijn of dat je daarop kunt besparen . 
  • Inwoners met een laag inkomen kunnen (gedeeltelijk) kwijtschelding krijgen van de heffingen van gemeente en waterschap. Meer informatie hierover kun je opvragen bij jouw gemeente of waterschap. 

6. Open een spaarrekening 

Zet het bedrag dat je maandelijks overhoudt op een aparte spaarrekening. 

Zo bouw je aan je buffer. Die gebruik je bijvoorbeeld:  

  • Om een periode met minder inkomsten te kunnen overbruggen 
  • Voor noodzakelijke onverwachte uitgaven, bijvoorbeeld als de wasmachine stuk gaat 
  • Om te reserveren voor kleding, het vervangen van je inventaris, onderhoud aan de woning, enzovoorts.