Direct naar content

Overlijdensschade: nieuwe gezinsvormen, nieuwe berekeningen

Praktijkverhaal

Wat betekent het overlijden van een volwassene voor het huishoudboekje? Die vraag onderzocht Nibud in 2015 in opdracht van de Denktank Overlijdensschade. Dit jaar deed Nibud een vervolgonderzoek. Waar het eerste onderzoek zich richtte op het traditionele gezin, zijn dit jaar ook de gevolgen voor bijvoorbeeld een één-oudergezin en co-ouderschap onderzocht.

Verzekeraars, advocaten en rekenkundigen stellen bij een overlijden vast wat de schade is voor de nabestaanden. Het model voor die berekening dat in 2015 is ontstaan, is nu dus aangevuld met nieuwe gegevens.

Jessica Laumen is rekenkundige letselschade en voorzitter van de Denktank:. Ze vertelt: ‘De maatschappij zit inmiddels anders in elkaar, er zijn zoveel verschillende gezinsvormen dat er behoefte ontstond aan aanvullende berekeningen.’

Berekeningen

‘Deze berekeningen moeten zeer zorgvuldig worden gemaakt. Daarom is ervoor gekozen eerst de cijfers voor het traditionele gezin in kaart te brengen en daarmee te gaan werken. Nu iedereen aan die nieuwe methode is gewend, kunnen we de set uitbreiden. In 2015 bleek namelijk al snel dat er de situatie in een één-ouder gezin compleet anders is. En ook wanneer in een gezin beide ouders wegvallen, was de berekening van het traditionele gezin, waar één ouder wegvalt, niet in te zetten. We zagen dat er in die gevallen hele andere percentages naar voren kwamen.’

‘Neem bijvoorbeeld een gezin waarin beide ouders omkomen. Dan zijn er twee opties. De kinderen kunnen in het ouderlijk huis blijven wonen, alleen of samen met het gezin dat hen opvangt. Of het huis wordt verkocht en de kinderen verhuizen naar het opvanggezin. In beide gevallen zijn de kosten totaal anders. Met het aanvullende onderzoek spelen we daar nu wel op in.’

Waarom koos de denktank voor het Nibud?

Jessica: ‘Het Nibud is een onafhankelijk instituut. Dat zijn verzekeraars, advocaten of rekenkundigen niet. Daar komt bij dat de Nibud-kennis veel breder is. Zij hebben ook veel achterliggende cijfers in huis. Dat betekent dat alles uit één betrouwbare bron komt. Dat is heel fijn.’

Doordat rechtelijke macht, advocatuur en verzekeraars nu met de juiste percentages werken, wordt de kans op foute berekeningen veel kleiner.

Jessica Laumen, voorzitter Denktank Overlijdensschade

Door wie worden deze cijfers gebruikt?

‘Iedereen die te maken heeft met het berekenen van overlijdensschade kan ermee werken. Dus dan heb ik het over de rechtelijke macht, advocatuur en verzekeraars bijvoorbeeld. Doordat zij nu allemaal direct met de juiste percentages werken, wordt de kans op fouten veel kleiner. Er is afgesproken dat we de cijfers iedere vijf jaar indexeren. De percentages uit het eerste onderzoek, zijn bij dit vervolg daar meteen in meegenomen. Zo zijn ze straks weer helemaal actueel.’

‘De uitkomsten van het vervolgonderzoek liggen nu bij De Letselschade Raad. Dit overkoepelende orgaan neemt de berekeningen door met haar achterban en als zij akkoord zijn, worden de cijfers als richtlijn vastgesteld en kunnen ze de wereld in. Het onderzoek is zeer zorgvuldig gedaan, dus ik verwacht dat deze laatste check geen verrassingen oplevert en dat we de cijfers begin 2020 in gebruik kunnen nemen.’

Hoe is de samenwerking met Nibud verlopen?

‘Beide keren heel fijn! Onze contactpersoon bij het Nibud heeft zich de problematiek heel snel eigen gemaakt, en was een volwaardig gesprekspartner waarmee we heel prettig konden samenwerken.’

Onderzoek op maat

Heeft u ook een onderzoeksvraag waar het Nibud een bijdrage aan kan leveren? Neem dan contact op met Sanne Lamers, senior wetenschappelijk medewerker.

Sanne Lamers

Senior wetenschappelijk medewerker