Direct naar content

Arbeidsongeschikt

Arbeidsongeschikt of langdurig ziek: het kan iedereen overkomen. Je kan dan met uitkeringen te maken krijgen en er verandert financieel veel. Hoe zit de regelgeving in elkaar en wat kun je doen aan voorbereiding zodat je geldproblemen voorkomt?

Uitkering bij ziekte

Als je langdurig ziek bent, is je werkgever verplicht de eerste 104 weken (2 jaar) minimaal 70 procent van je loon door te betalen. Als je tijdens die 2 jaar zonder onderbreking ziek bent geweest, is dat niet meer zo. Je hebt dan mogelijk wel recht op een WIA-uitkering.

Ziektewet

Niet iedereen heeft een werkgever om loon door te laten betalen. Misschien ben je wel uitzendkracht, oproep- of invalkracht of loopt je contract af tijdens je ziekte. Je kunt dan soms een Ziektewet-uitkering krijgen.

Arbeidsongeschiktheid

Het UWV beoordeelt aan het einde van de 2 jaar ziekte hoe arbeidsongeschikt iemand is. Dat gebeurt door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige. Ze kijken naar wat voor werk je nog zou kunnen doen, ondanks beperkingen door ziekte of handicap.

Het UWV vergelijkt het uurloon dat je nu nog zou kunnen verdienen met je oude uurloon. Daaruit komt het arbeidsongeschiktheidspercentage. Kun je minstens 35 procent minder verdienen dan je oude loon? Dan ben je (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt.

Voorbeeld: Je verdiende € 16 per uur, maar je kunt na je 2 jaar ziekte nog maar € 10 per uur verdienen door een beperking. Dan is je arbeidsongeschiktheidspercentage 37,5 procent. Je verdiencapaciteit is € 6 minder, oftewel 37,5 procent van € 16. Je bent dus gedeeltelijk arbeidsongeschikt.

Minder dan 35 procent arbeidsongeschikt

Ben je minder dan 35 procent arbeidsongeschikt? Dan heb je geen recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Je kunt met je werkgever bekijken welke mogelijkheden er nog voor jou in of buiten het bedrijf zijn. Misschien kun je dezelfde baan houden, of is er ander, aangepast werk. Als het niet lukt, dan kan je werkgever een ontslagprocedure starten. Dan kun je eventueel in aanmerking komen voor een WW-uitkering.

WIA-uitkering

Ben je meer dan 35 procent arbeidsongeschikt? Dan kun je een WIA-uitkering aanvragen bij het UWV. Je krijgt daarover na 88 weken ziekte een brief van het UWV.

WIA staat voor Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen. De WIA bestaat uit twee typen uitkeringen:

  • De Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsongeschikten (WGA) is er voor mensen die minder dan 65 maar meer dan 20 procent van hun oude loon kunnen verdienen.
  • De Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA) is er voor mensen die minder dan 20 procent van hun oude loon kunnen verdienen. Deze uitkering is bedoeld voor volledig arbeidsongeschikten, zonder kans op herstel.

WGA-uitkering

Dit is een loongerelateerde uitkering die tussen de 3 en 38 maanden duurt. De periode is afhankelijk van je arbeidsverleden. Als je nog wel werkt, wordt je loon van het WIA-maandloon afgetrokken. Een bepaald deel van wat je verdient mag je zelf houden. Als je werkt naast je WGA-uitkering, heb je daardoor meer inkomen dan wanneer je niet werkt.

Als je geen recht meer hebt op de loongerelateerde uitkering, dan zijn er nog aanvullende- of vervolguitkeringen.

WAO-uitkering

Had je voor 1 januari 2004 een ziekte of handicap waardoor je (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt raakte? Dan geldt voor jou nog de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). De WAO heeft geen vaste einddatum, maar kan wel stoppen als je weer meer kunt werken of als je de AOW-leeftijd bereikt.

Verzekeren

Ben je zelfstandig ondernemer, bijvoorbeeld zzp’er of freelancer? Dan heb je in de meeste gevallen géén recht op een WIA-uitkering. Als je arbeidsongeschikt raakt, ontvang je van de overheid niet automatisch een uitkering.

Je kunt wel zelf een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) afsluiten. Hierbij kun je zelf bepalen voor welk bedrag je je wil verzekeren, hoe lang de uitkering duurt en vanaf wanneer de uitkering ingaat. Je kunt ook een vangnetverzekering afsluiten (als een gewone AOV niet lukt) of aansluiten bij een broodfonds.

Heb je zelf geen arbeidsongeschiktheidsverzekering afgesloten? Dan ben je bij arbeidsongeschiktheid afhankelijk van spaargeld, een partner met een inkomen of van de bijstand in je gemeente.

Voorbereid op arbeidsongeschiktheid

Bij arbeidsongeschiktheid heb je vaak met een grote, onverwachte inkomensdaling te maken. Het is slim om je op zo’n mogelijke gebeurtenis voor te bereiden. Het helpt als je weet wat je zou kunnen verwachten. Al was het maar om de eerste periode te overbruggen en je tijd hebt om je uitgaven aan te passen.

Voorbereiden op arbeidsongeschiktheid

  1. Inschatten

    Natuurlijk weet je niet met welk percentage arbeidsongeschiktheid je rekeing moet houden. Maar je kunt wel uitzoeken welke regelingen er bestaan en waar je recht op zou hebben en een ruwe inschatting maken.

  2. Uitgaven op een rij

    Zet je uitgaven eens op een rij. Je kunt daarvoor onze tools Persoonlijk Budgetadvies of het Stappenplan Jaarbegroting maken gebruiken.

  3. Bereken je speelruimte

    Verdeel je uitgaven in noodzakelijke kosten en uitgaven die meer flexibel zijn. Waar zou je (snel) op kunnen besparen als het nodig zou zijn?

  4. Zet geld opzij

    Zorg voor een redelijk bedrag aan spaargeld op een rekening, dat je kan aanspreken als je onverwacht minder inkomsten zou krijgen.