Direct naar content

Belastingen en aftrekposten

Bijna iedereen moet jaarlijks belastingaangifte doen. Het kan zijn dat je geld terugkrijgt, of juist nog moet betalen. Hoe bereid je je voor, wat moet je weten en hoe zorg je dat je niet meer betaalt dan nodig is? 

Belastingaangifte doen: hoe werkt het?   

Woon je in Nederland, dan wordt er inkomstenbelasting ingehouden op je loon of uitkering. Daarnaast moeten de meeste mensen belastingaangifte doen. Hoe werkt dat, en waar kun je op letten om dit zo slim mogelijk aan te pakken? 

Hoe werkt het? 

Elke maand betaal je loonheffing en sociale premies over je loon, uitkering of pensioen. Het jaar daarop doe je aangifte over het afgelopen jaar. Zo kan de Belastingdienst nagaan of het bedrag klopt dat je aan loonheffing en premies betaald hebt. Daarna wordt dit verrekend en krijg je geld terug of moet je bijbetalen.  

Je kunt aangifte doen via Mijn Belastingdienst of met de aangifte-app. Op papier via een formulier is ook nog steeds mogelijk. Een papieren formulier kun je aanvragen via de BelastingTelefoon: 0800-0543. 

Vóór 1 mei 

Aangifte doen kan vanaf 1 maart, en moet vóór 1 mei. Je kunt uitstel aanvragen. Als je voor 1 april aangifte doet, krijg je sowieso voor 1 juli bericht van de Belastingdienst. Dan weet je op tijd waar je aan toe bent en heb je een eventuele teruggaaf het snelst binnen. 

Het kan slim zijn om pas vanaf half maart aangifte te doen. Dan weet je zeker dat je alle nodige gegevens hebt ontvangen. Ben je te laat, dan kun je een boete krijgen. 

Aangifte doen niet verplicht? Het kan toch voordelig zijn 

Veel mensen krijgen een aangiftebrief van de Belastingdienst en een melding in hun berichtenbox op mijnoverheid.nl. Krijg je die niet? Dan kan het alsnog interessant zijn om aangifte te doen als je gebruik kunt maken van aftrekposten. Dit geldt vooral voor ouderen en chronisch zieken. Ook vanwege je recht op toeslagen kan het lonen om aangifte te doen. 

Gegevens verzamelen 

Voor een goede aangifte heb je veel gegevens nodig. Van jezelf en wellicht ook van je partner. Begin op tijd met het verzamelen en ordenen van de documenten, en zorg dat je alle inloggegevens paraat hebt. Dat helpt om makkelijk aangifte te doen. Het Nibud heeft handige stappenplannen voor het bijhouden van een administratie, en voor overzicht in een gezamenlijke administratie

De Belastingdienst vult veel gegevens alvast voor je in. Controleer die goed. Vooral als er veel is veranderd in je persoonlijke situatie kunnen er fouten in zitten. Let extra op als je met een scheiding te maken hebt (gehad). 

Belastingaanslag 

Heb je de aangifte ingevuld, dan stuurt de Belastingdienst je een aanslag. Dit is een brief waarin staat hoeveel je aan de Belastingdienst moet betalen of hoeveel zij je uitbetalen. Ben je het niet eens met het bedrag op de aanslag? Dan kun je bezwaar maken. 

Voorlopige aanslag 

Weet je van tevoren al dat je geld zult terugkrijgen? Dan kun je vragen om een voorlopige aanslag. Je krijgt dan elke maand een deel van het bedrag gestort waar je aan het eind van het jaar recht op zou hebben. Mensen met jonge kinderen of een eigen huis hebben vaak recht op deze teruggaaf.  

Tip: Een wijziging in je financiële situatie kan gevolgen hebben voor je voorlopige aanslag. Geef het dus zo snel mogelijk door, zodat je later geen teveel ontvangen geld terug hoeft te betalen. 

Hulp bij de aangifte 

Kom je er zelf niet uit, of wil je hulp of advies? Vraag dan familie, kennissen of een adviseur om je te helpen. Je kunt ook terecht bij een ouderenbond, een vakbond, de gemeente of de Belastingdienst zelf (Belastingdienst.nl of de Belastingtelefoon: 0800-0543). 

Inkomstenbelasting 

Over je inkomsten moet je belasting betalen. Het bedrag dat je moet betalen aan inkomstenbelasting hangt af van de hoogte van je inkomen en vermogen.  

De inkomstenbelasting is ingedeeld in drie zogenaamde boxen, elk voor een ander soort inkomen. 

Box 1 – belastbaar inkomen uit werk en woning  

Box 2 – belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang in een bedrijf  

Box 3 – belastbaar inkomen uit sparen en beleggen  

Belastingtarief 

Elke box heeft een ander belastingtarief. In box 1 geldt: hoe meer je verdient, hoe meer belasting en sociale premies je betaalt. Afhankelijk van je inkomen betaal je een percentage belasting over (dat deel van) je inkomen. Dat noemen we belastingschijven.

Belastingschijf Inkomen Percentage belasting
Eerste schijf Tot € 69.398 37,07 procent
Tweede schijf Vanaf € 69.398 49,5 procent

Vanaf de AOW-leeftijd gelden andere percentages. Op de website van de Belastingdienst staan de regels en de tarieven.  

Van je inkomsten kun je bepaalde bedragen aftrekken, de zogenaamde aftrekposten. Dat zorgt ervoor dat je minder inkomstenbelasting betaalt en het totale bedrag aan belastingen wordt verminderd met heffingskortingen. Lees hier meer over verderop op deze pagina.

Meerdere inkomstenbronnen 

Heb je meerdere banen en/of uitkeringen? Of ontvang je AOW en aanvullend pensioen van een pensioenfonds? Dan bestaat de kans dat je te weinig belasting betaalt. De Belastingdienst houdt er geen rekening mee dat je meerdere inkomstenbronnen kunt hebben. 

Als je vervolgens belastingaangifte doet over het hele jaar, zul je ineens een bedrag moeten bijbetalen. Als je dat wil voorkomen, vul dan op belastingdienst.nl het formulier ‘voorlopige aanslag’ in. Je regelt daarmee dat je elke maand een extra bedrag gaat betalen. Dan hoef je dat niet in één keer achteraf op te brengen.  

Wisselend inkomen en middeling 

Heb je een wisselend inkomen? Dan kan het voordelig zijn om gebruik te maken van de middelingsregeling. Je telt dan het inkomen van drie aaneengesloten jaren op en deelt dit bedrag vervolgens door drie. Je kunt vooraf door een specialist laten berekenen of dit inderdaad voordeliger is. Of je kunt het zelf uitrekenen via deze rekentool

Aftrekposten 

Je wil niet te veel belasting betalen. Sommige uitgaven zoals zorgkosten, giften en kosten voor je eigen woning kun je aftrekken van je inkomen. Daardoor wordt het bedrag dat je moet betalen aan inkomstenbelasting lager. 

Het grootste deel van de aftrekposten is niet van tevoren ingevuld. Het is dus de moeite waard om je hierin te verdiepen.  

Tip: Klik bij het invullen van je belastingaangifte ook op de velden met toelichtingen. Misschien ga je er onterecht vanuit dat je geen aanspraak kunt maken op een regeling of aftrekpost. 

Tip: Houd door het jaar heen je bonnetjes, papieren en bewijzen voor de aftrekposten bij elkaar. Bijvoorbeeld in een mapje. Dat bespaart tijd en zoekwerk wanneer je je aangifte doet.  

Fiscaal partnerschap en aftrekposten 

Wanneer je aan bepaalde voorwaarden doet, ben je fiscaal partner of kun je ervoor kiezen om elkaars fiscaal partner te zijn. Je moet dan samen met je partner de belastingaangifte doen. Je kunt dan de inkomsten en aftrekposten zo gunstig mogelijk verdelen. Bekijk de voorwaarden voor fiscaal partnerschap op de site van de Belastingdienst.  

Let er op dat je de aftrekposten van het hoogste inkomen aftrekt en de bijtellingen juist bij het laagste inkomen optelt. De hypotheekrente mag je bijvoorbeeld aftrekken van het hoogste inkomen, ook al ben je beiden eigenaar van de woning. Niet alle posten kun je doorschuiven. Inkomsten uit freelance-werkzaamheden kun je bijvoorbeeld niet optellen bij het inkomen van je partner. 

Het is niet altijd voordeliger om elkaars fiscaal partner te zijn en samen aangifte te doen. Als je bijvoorbeeld zorgkosten wil aftrekken, dan wordt er naar beide inkomens gekeken, waardoor de aftrek lager kan uitvallen. Vul de aangifte eventueel twee keer in. Zo zie je direct het verschil. 

Soorten aftrekposten 

Er zijn behoorlijk wat verschillende aftrekposten. Ga eens na of ze voor jou gelden. Twee mogelijke aftrekposten hebben wat meer uitleg nodig: aftrek van de zorgkosten en aftrek van vervoerskosten. Hierover lees je verderop op de pagina. 

Soorten aftrekposten

  • Hypotheekrente

    Hypotheekrente 

    Woningbezitters kunnen bepaalde kosten voor hun huis aftrekken, zoals de hypotheekrente en periodieke betalingen voor erfpacht. Hoeveel hypotheekrente je mag aftrekken en de voorwaarden hiervoor, lees je op de website van de Belastingdienst.

  • Giften 

    Doneer je regelmatig aan goede doelen? Bekijk welke giften je mag aftrekken op de site van de Belastingdienst. Let op: de gift moet hoger zijn dan 1% van je inkomen. Soms kan het daarom voordeliger zijn om eens per twee jaar het dubbele bedrag te doneren. 

  • Studiekosten

    Heb je in 2021 een opleiding of studie gevolgd voor een (toekomstig) beroep? Dan kun je hiervoor bepaalde kosten aftrekken. Let op: per 1 januari 2022 zijn studiekosten niet meer aftrekbaar. 

     

  • Dividend

    Heb je dividend uitgekeerd gekregen vanuit aandelen? Hou dan rekening met de dividendbelasting die is ingehouden. De dividendbelasting wordt in mindering gebracht op je aangifte inkomstenbelasting.

  • Reiskosten openbaar vervoer voor werk

    Voor mensen die in loondienst zijn en van en naar het werk reizen met het openbaar vervoer, geldt onder voorwaarden reisaftrek. Je moet minimaal 10 kilometer van je werk wonen en hier minimaal één dag per week naartoe gaan.  

  • Pensioenpremie

    Pensioenpremies voor zelfstandigen die sparen in een lijfrenteverzekering voor hun pensioen kun je aftrekken. Voor mensen in loondienst mag dit alleen als er via de werkgever niet genoeg pensioen wordt opgebouwd. Hiervoor wordt gekeken naar de zogenoemde jaarruimte. 

    Tip: Gebruik de Rekenhulp van de Belastingdienst om de jaarruimte te berekenen.

Aftrek zorgkosten 

Maak je extra kosten omdat je ziek bent of voor zorg? Dan kun je deze kosten misschien aftrekken van de belasting. Je hoeft dan minder belasting betalen of kunt zelfs geld terugkrijgen.  

Sommige ziektekosten kunnen gelden als specifieke zorgkosten. Bij de belastingaangifte kun je deze kosten opgeven als persoonsgebonden aftrek. Het gaat hierbij niet alleen om zorgkosten die je voor jezelf maakt. Maar ook om kosten die je maakt voor mensen die, ook tijdelijk, bij je inwonen.  

Niet alle kosten zijn aftrekbaar. Je krijgt alleen een vergoeding als de kosten boven een bepaalde inkomensdrempel uitkomen en in dat jaar zijn betaald. 

Welke zorgkosten komen in aanmerking? 

Je kunt ziektekosten opnemen in je belastingaangifte. Zoals medische hulp, medicijnen, hulpmiddelen, vervoerskosten en zorgkosten.  

Bereken op de site van de Belastingdienst welke uitgaven je wel en niet kunt aftrekken. 

Waar vind je de zorgkosten? 

Sommige ziektekosten vind je terug op de polis van je ziektekostenverzekering of op de bankrekeningafschrijvingen. Voor andere ziektekosten moet je de bonnetjes bewaren. Denk aan medicijnen, hulpmiddelen zoals een gehoorapparaat, gezinshulp of reiskosten naar een familielid.  

Kijk voor meer informatie over de aftrek specifieke zorgkosten op meerkosten.nl

Andere tegemoetkomingen bij zorgkosten 

Soms kun je ook een andere tegemoetkoming krijgen in de zorgkosten. Dit kan via de individuele bijzondere bijstand of de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het gaat dan bijvoorbeeld om dieetkosten. Ook kosten voor woningaanpassing in verband met ziekte of handicap kunnen in aanmerking komen. De gemeente voert deze regelingen uit.  

Alle gemeenten hebben een loket waar je terecht kunt voor meer informatie. Meestal bepaalt de hoogte van je inkomen of je recht hebt op een tegemoetkoming. Hoe dit geregeld is kan per gemeente verschillen. Krijg je een tegemoetkoming? Dan mag je vaak de kosten waarvoor je een vergoeding hebt gekregen niet meer voor belastingaftrek opgeven. 

Aftrek extra vervoerskosten 

Ben je veel geld kwijt aan kosten voor vervoer door ziekte of invaliditeit? Dan kun je misschien in aanmerking komen voor belastingaftrek. 

Om hiervoor in aanmerking te komen, moet je hogere vervoerskosten hebben dan mensen die niet ziek of invalide zijn. Om dit vast te stellen wordt er gekeken naar wat mensen gemiddeld uitgeven aan vervoerskosten.  

Wat zijn vervoerskosten? 

Het gaat om een totaalbedrag aan vervoerskosten. Dus ook afschrijving, onderhoud en de verzekering van een auto. Maar ook de kosten van openbaar vervoer worden meegenomen. 

Extra vervoerskosten berekenen 

Met onze tabel kun je bekijken of je extra vervoerskosten kunt berekenen in je belastingaangifte. In de tabel staan de gemiddelde uitgaven aan vervoer per maand bij een bepaald inkomen.  

Gemiddelde bestedingen vervoer per maand in euro's
Inkomen* 1 persoon 2 personen 3 personen 4 personen 5 personen en meer
1250 71
1500 102
1750 143 189
2000 211 194
2250 241 253
2500 276 329 217 274
2750 315 343 267 314
3000 339 409 322 354 368
3500 388 414 396 399 382
4000 436 505 459 474 396
5000 599 559 530 603
6000 739 888 694 713
7000 863 976 816 812
8000 987 1006 854 910
9000 892 1009
*netto besteedbaar inkomen per maand
Bron: CBS-Budgetonderzoek 2015. Bewerking: Nibud 2018

Uitleg bij de tabel

Je ziet in de tabel eerst een kolom inkomen. Het gaat hier om het maandelijks netto besteedbare inkomen. Dat is het inkomen inclusief alle toeslagen. Daarnaast staat een bedrag voor de gemiddelde vervoerskosten. Dat is afhankelijk van het aantal personen in het huishouden. 

Kijk naar het bedrag dat past bij je besteedbaar inkomen. Dat bedrag geeft een vergelijkbaar huishouden uit aan vervoer. Het bedrag dat je per maand meer uitgeeft dan het bedrag in de tabel, kun je opgeven bij de belastingaangifte.  

Voorbeeld: Staat er bij het inkomen en huishouden een bedrag van 300 euro, maar geef je iedere maand 350 euro uit aan vervoer? Dan kun je voor die maand 50 euro opgeven bij de belastingaangifte. 

Let op: Je moet wel kunnen onderbouwen waarom je meer uitgeeft dan gemiddeld en hoe dat bedrag is opgebouwd.  

Heffingskortingen 

Heffingskortingen zijn kortingen op de belasting. Afhankelijk van je situatie, bijvoorbeeld of je wel of geen werk, partner of kinderen hebt, heb je recht op één of meerdere heffingskortingen.  

Er zijn verschillende heffingskortingen. Iedereen heeft recht op de algemene heffingskorting. De arbeidskorting ondersteunt bijvoorbeeld werkende mensen. De combinatiekorting is bedoeld om werk en zorg te combineren.  

Op Belastingdienst.nl vind je alle mogelijke heffingskortingen en voor wie deze bedoeld zijn

Heffingskorting aanvragen 

De algemene heffingskorting, arbeidskorting, jonggehandicaptenkorting en ouderenkorting hoef je niet zelf aan te vragen. Je werkgever of uitkeringsinstantie verrekent dit automatisch met je inkomen. 

Denk je dat je recht hebt op één van de andere heffingskortingen? Dan kun je een verzoek doen voor een voorlopige aanslag bij de Belastingdienst. 

Tip: Een verandering in je inkomen kan betekenen dat je geen recht meer hebt op bepaalde heffingskortingen. Geef veranderingen daarom altijd zo snel mogelijk door aan de Belastingdienst. 

Schenkbelasting 

Als ouder kun je een schenking doen aan je kinderen. Dit kan op verschillende manieren. Over de waarde van de schenking betaalt de ontvanger belasting. Het maakt daarbij niet uit of het om geld gaat of een ander soort schenking. 

Naast een geldbedrag, kun je op een andere manier schenken: 

  • Een huis 
  • Het verkopen van een woning onder de marktwaarde 
  • Een renteloze lening: de schenking is de rente die niet betaald hoeft te worden 

Tot een bepaald bedrag kun je belastingvrij schenken. Er bestaan twee belastingvrijstellingen voor schenkingen van ouders aan kinderen: 

  • Een jaarlijkse belastingvrijstelling per kind per jaar 
  • Een eenmalige belastingvrijstelling per kind, wanneer het kind tussen de 18 en 40 jaar oud is 

Boven de vrijstelling moet de ontvanger belasting betalen over de schenking. De ontvanger geeft de eenmalige schenking door aan de Belastingdienst via een ‘aangifte schenkbelasting’. Ook als dit een belastingvrije schenking is. Dit kan door in te loggen op MijnBelastingdienst.  

Kijk voor meer informatie, de tarieven en de voorwaarden op Belastingdienst.nl of bel de Belastingtelefoon: 0800-0543 

Erfbelasting 

Een erfenis of nalatenschap bestaat uit alles dat iemand achterlaat. Veel mensen denken daarbij aan spaargeld en een eigen huis. Maar ook kleding, sieraden, meubels en schulden horen bij een erfenis.  

Erfbelasting 

Erfbelasting hangt af van de grootte van de erfenis en de relatie met de overledene. Over een deel van de erfenis hoeft de ontvanger geen belasting te betalen. Het bedrag dat is vrijgesteld hangt af van de relatie met de overledene. Het belastingpercentage is hoger als je verder van de overledene afstaat of als het om een grote erfenis gaat. 

Hoe hoog de erfenis is boven de vrijstelling, vind je op de website van de Belastingdienst.  

Schulden erven 

Als iemand overlijdt, zijn er soms schulden. Die moeten worden afbetaald. Zijn de schulden groter dan de waarde van de erfenis? Dan moet je als erfgenaam de schulden betalen. Lukt dat niet of wil je dat niet? Dan kun je de erfenis weigeren of ‘beneficiair aanvaarden’. 

Een erfenis beneficiair aanvaarden 

Vaak is vlak na het overlijden nog niet duidelijk wat de erfenis precies is. Erfgenamen kunnen dan de erfenis weigeren, ook wel verwerpen genoemd, of beneficiair aanvaarden. Beneficiair aanvaarden betekent dat je de erfenis alleen aanvaardt als de bezittingen groter blijken dan de schulden.  

Een erfenis verwerpen 

Als je de erfenis verwerpt, kunnen schuldeisers geen geld van je eisen en hoef je de schulden niet uit eigen zak te betalen. Je hebt dan ook geen recht meer op de rest van de erfenis. Als je een erfenis wilt weigeren, dan moet dat geregeld worden bij de rechtbank via een notaris.