Mensen die een schuldhulpverleningstraject volgen, krijgen van hun financiële hulpverlener leefgeld om noodzakelijke uitgaven zoals boodschappen mee te doen. Hoeveel leefgeld krijg je? En wat kan je daarvan kopen? Het Nibud en de NVVK hebben daar een richtlijn voor.
Op deze pagina
Wat is leefgeld?
Leefgeld is het (wekelijkse) bedrag waarvan mensen die een schuldhulpverleningstraject volgen hun losse noodzakelijke uitgaven kunnen doen, De dagelijkse boodschappen bijvoorbeeld, maar ook de vervoerskosten voor een ziekenhuisbezoek en de kapper.
Wanneer ontvang je leefgeld?
Als je schulden hebt en die zelf niet meer kunt oplossen, kun je via je gemeente geholpen worden met een schuldregeling. De financiële hulpverlener, bijvoorbeeld een schuldhulpverlener of bewindvoerder, houdt dan een bedrag van jouw inkomen apart waarmee je schulden worden afgelost. Het andere deel van je inkomen is bedoeld om je noodzakelijke uitgaven mee te doen. Dit deel wordt het vrij te laten bedrag (vtlb) genoemd.
Van dat vrij te laten bedrag moet je je vaste lasten betalen, zoals de huur, energie en verzekeringen. Soms betaalt je financiële hulpverlener die vaste lasten voor jou en krijg je alleen een bedrag voor je dagelijkse kosten. Dat bedrag wordt leefgeld genoemd. Verder op deze pagina lees je welke uitgaven daaronder kunnen vallen.
Lees hier meer over schuldregelingen.
Hoeveel leefgeld per week?
Er is geen wettelijk minimumbedrag voor het leefgeld. De financiële hulpverlener bepaalt hoeveel leefgeld je krijgt. Daarbij houden ze rekening met jouw financiële situatie.
Het Nibud heeft voor hen een richtlijn waarmee ze het bedrag leefgeld kunnen vaststellen. Bij deze richtlijn houden we rekening met het inkomen en de uitgaven van een voorbeeldhuishouden. De bedragen in onderstaande tabel zijn een schatting van de minimaal noodzakelijke kosten van levensonderhoud van een huishouden dat leefgeld krijgt. Een alleenstaande heeft dus minimaal € 91 nodig om van te leven, een stel zonder kinderen minimaal € 162.
Let op: deze bedragen zijn bijgewerkt per januari 2026. We werken onze richtlijnen twee keer per jaar bij (juli en januari).
| Alleenstaande | Stel zonder kinderen | Eenoudergezin 1 kind (8 jaar) | Eenoudergezin 2 kinderen (8 en 13 jaar) | Eenoudergezin 3 kinderen (11, 13 en 15 jaar) | Stel 1 kind (8 jaar) | Stel 2 kinderen (8 en 13 jaar) | Stel 3 kinderen (11, 13 en 15 jaar) | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Voeding | € 274 | € 498 | € 382 | € 510 | € 699 | € 537 | € 636 | € 827 |
| Zelfzorgmiddelen | € 6 | € 11 | € 6 | € 6 | € 6 | € 11 | € 11 | € 11 |
| Was- en schoonmaak | € 6 | € 7 | € 7 | € 7 | € 8 | € 7 | € 8 | € 8 |
| Persoonlijke verzorging | € 28 | € 55 | € 46 | € 74 | € 101 | € 74 | € 101 | € 129 |
| Vervoer | € 11 | € 23 | € 20 | € 31 | € 43 | € 31 | € 42 | € 55 |
| Sociale participatie | € 66 | € 108 | € 102 | € 140 | € 179 | € 143 | € 181 | € 221 |
| Diversen | € 4 | € 4 | € 4 | € 5 | € 6 | € 5 | € 6 | € 6 |
| Indicatie per maand | € 395 | € 705 | € 566 | € 773 | € 1.041 | € 807 | € 985 | € 1.256 |
| Indicatie per week | € 91 | € 162 | € 130 | € 178 | € 240 | € 186 | € 227 | € 289 |
Let op: in de tabel vind je de leefgeldbedragen voor acht voorbeeldhuishoudens. Het precieze bedrag dat een huishouden minimaal nodig heeft hangt ook af van de individuele situatie.
Let op: Soms worden bedragen van € 50 voor een alleenstaande en € 75 voor een stel genoemd en gebruikt. Deze bedragen zijn verouderd en passen niet meer bij de kosten van levensonderhoud op dit moment.
Wat moet je betalen van het leefgeld?
In een schuldregeling doet een financiële hulpverlener jouw geldzaken. Dat betekent dat je zelf niet meer mag beslissen over je geld. Dit geldt niet voor het leefgeld. Leefgeld kun je zelf uitgeven. Wel is het leefgeld bedoeld om je minimaal noodzakelijke uitgaven van te kunnen doen.
Noodzakelijke uitgaven die je van het leefgeld kan doen
- Eten en drinken
- Zelfzorgmiddelen (bijvoorbeeld medicijnen en pleisters)
- Was- en schoonmaakmiddelen
- Persoonlijke verzorging (bijvoorbeeld douchegel, tandpasta en de kapper)
- Een deel van uitgaven aan sociale participatie (een basisbedrag om sociaal contact mogelijk te maken, zoals het ontvangen van bezoek)
- Een deel van uitgaven aan vervoer (OV-kosten voor vervoer naar bijvoorbeeld een supermarkt of ziekenhuis)
- Diversen (kleine uitgaven zoals postzegels, pennen en papier)
Uitgaven die niet onder de richtlijn voor leefgeld vallen
- Alle vaste lasten (bedragen waarvoor je een rekening krijgt, zoals huur, energie, internet, abonnementen, verzekeringen en lokale heffingen)
- Reserveringsuitgaven (voor bijvoorbeeld kleding en onderhoudskosten)
- Eventuele uitgaven voor een auto
- Het andere deel van uitgaven aan sociale participatie (bijvoorbeeld een dagje weg of een vakantie)
- Huisdieren
- Het andere deel van uitgaven aan vervoer (bijvoorbeeld kosten voor een fiets of een auto of scootmobiel)
- Eventuele extra kosten voor werk
- Alle persoonlijk onvermijdbare uitgaven (bijvoorbeeld zorgkosten door ziekte)
Het betalen van deze (extra) kosten die niet onder het leefgeld vallen, doe je in overleg met je schuldhulpverlener.
Voorwaarden leefgeld
De bedragen voor het leefgeld zijn minimumbedragen. Je kunt alleen van die bedragen leven als je aan een aantal voorwaarden voldoet: je kunt heel goed met geld omgaan, je hebt geen extra kosten door bijvoorbeeld medische zaken, niet meer reiskosten dan gemiddeld om bij je werk te komen, je rookt niet en je hebt geen huisdieren.
De hoogte van het leefgeld dat je in de praktijk nodig hebt, hangt dus af van je persoonlijke situatie. Je schuldhulpverlener kan (met behulp van de richtlijn) het beste bepalen hoeveel je nodig hebt. Lukt het niet om met het leefgeld uit te komen, overleg dan met je schuldhulpverlener.
Leefgeld en kinderbijslag
In de schuldhulpverlening telt de kinderbijslag niet mee als inkomen. Dit geld wordt wel bijna altijd op de eigen rekening van de ouder(s) gestort. De kinderbijslag is bedoeld als bijdrage in de kosten voor de verzorging van kinderen tot 18 jaar.
Een deel van de kinderbijslag is een bijdrage voor dagelijkse kosten, zoals eten en persoonlijke verzorging. Deze kosten zijn (deels) ook in het richtlijnbedrag voor leefgeld opgenomen. Het overige deel van de kinderbijslag is een bijdrage voor andere kosten, zoals kleding, een hogere energierekening, school en sport. Deze kosten zijn niet in het leefgeldbedrag opgenomen.
Een schuldhulpverlener kan het deel van het leefgeld dat ouders via de kinderbijslag voor dagelijkse kosten ontvangen, verrekenen met het bedrag dat vanuit de schuldhulpverlening wordt uitbetaald.
In onderstaande tabel staat per leeftijdscategorie van je kind hoeveel kinderbijslag je als ouder (omgerekend) per week ontvangt en welk deel daarvan een bijdrage is voor de kosten die vallen onder het leefgeld. Het bedrag in de laatste kolom is het deel van de kinderbijslag per kind (waarvoor je kinderbijslag ontvangt) dat kan worden gebruikt om het uit te betalen leefgeld vast te stellen.
| Leeftijd kind | Kinderbijslag (omgerekend naar weekbedrag) | Percentage uitgavenposten leefgeld t.o.v. totale uitgaven | Bedrag van kinderbijslag ingezet voor leefgeld* (per week) |
|---|---|---|---|
| 0 t/m 5 jaar | € 23 | 24% | € 5 |
| 6 t/m 11 jaar | € 28 | 26% | € 7 |
| 12 t/m 17 jaar | € 32 | 29% | € 9 |
(Nibud, januari 2026)
Vanaf de uitbetaling van de kinderbijslag per 1 april 2026 kunnen hulpverleners dit meenemen bij het vaststellen van het leefgeld. Omdat de kinderbijslag per kwartaal wordt uitgekeerd, is het aan de ouder(s) om een deel daarvan te reserveren voor het wekelijkse leefgeld. Samen met je budgetbeheerder, bewindvoerder of schuldhulpverlener kan je bespreken hoe je dit het beste reserveert.
Voorbeeld
Een alleenstaande moeder ontvangt kinderbijslag voor haar kind van 8 jaar op haar eigen rekening. De richtlijn voor leefgeld voor een ouder met 1 kind van 8 jaar is € 130 per week. Uit de bovenstaande tabel blijkt dat van de kinderbijslag € 7 per week wordt ingezet als bijdrage voor de uitgaven die onder het leefgeld vallen. Bij het vaststellen van het uit te betalen leefgeld wordt hiermee rekening gehouden. De ouder krijgt in dit voorbeeld € 123 per week aan leefgeld uitbetaald via de schuldhulpverlening.