Ter gelegenheid van het afscheid van directeur Arjan Vliegenthart en Raad van Toezicht-voorzitter Elly Blanksma organiseerde het Nibud een symposium over gemeentelijk minimabeleid en armoedebestrijding. Op 6 november kwamen sprekers en gasten bij elkaar in Villa Jongerius in Utrecht.







Godfried Engbergsen beet het spits af en blikte terug op het werk van de Commissie sociaal minimum waar hij voorzitter van was en waar Vliegenthart ook deel van uitmaakte. Engbersen memoreerde de conclusie van de commissie dat de vloer waarop mensen staan, steviger moet zijn. Met meer zekerheid komen mensen eerder in beweging, was de redenering. Daar is al veel aan gedaan – veel inkomens en toeslagen zijn hoger – maar de vloer is nog niet stevig genoeg.
De menselijke kant van armoedebestrijding stond centraal in het verhaal van socioloog Thomas Kampen. Hij deed onderzoek naar tunnelvisies binnen de sociale dienstverlening. Hoe ontstaan deze en wat doet dat met cliënten? Uit zijn onderzoek blijkt dat destigmatiseren, politiseren en herstel belangrijk zijn op weg naar een vertrouwensband tussen gemeenten en inwoners die van het gemeentelijk minimabeleid afhankelijk zijn.
Tot slot nam historicus James Kennedy ons mee in de geschiedenis van onze verzorgingsstaat. Hoe is die ontwikkeld en welke aannames over mensen in armoede zitten daarin verborgen? Tot 1965 kwam hulp vanuit de kerk en liefdadigheid en pas toen werd de Algemene bijstandswet ingevoerd waarmee religieuze invalshoeken en voorwaarden voor ondersteuning verdwenen. ‘Eigen schuld, dikke bult is verdwenen uit Nederland.’
Het symposium bood een waardevolle gelegenheid om terug te blikken op de bijdragen van Arjan Vliegenthart en Elly Blanksma aan de missie van het Nibud: een Nederland zonder geldproblemen. De presentaties onderstreepten het belang van structurele armoedebestrijding en het belang van gemeenten daarin.


