Direct naar content

Koopkracht 2022-2023: de belangrijkste veranderingen

nieuwsbericht
Gepubliceerd op:

Iets minder inkomstenbelasting betalen, een hoger minimumloon, hogere uitkeringen, AOW en toeslagen en compensatie voor de energierekening. De plannen uit de Miljoenennota die het kabinet vandaag presenteerde, hebben effect op de huishoudportemonnee van miljoenen Nederlanders.

Bij het Nibud berekenen we regelmatig de financiële gevolgen van beleidsmaatregelen. Deze koopkrachtberekeningen maken we voor 117 voorbeeldhuishoudens. Met deze voorbeelden kunnen huishoudens beter vooruitkijken en zich voorbereiden op veranderingen. Hier zetten we op een rij wat er in 2023 verandert in beleid, prijzen en lonen.

Lees hier meer over waarom het Nibud de koopkracht berekent, hoe we dat doen en wat huishoudens met de verwachtingen kunnen.

Beleid

Het belastingtarief in de eerste belastingschijf daalt licht en bijna alle heffingskortingen stijgen. Ook de huurtoeslag, de zorgtoeslag, de kinderbijslag en het kindgebonden budget gaan omhoog. Voor de hoogste inkomens en de zelfstandigen daalt het aantal aftrekposten.

Specifiek gaat het om de volgende veranderingen per 1 januari 2023:

Tarief eerste belastingschijf daalt, heffingskortingen stijgen

  • Het tarief voor de inkomstenbelasting in de eerste schijf daalt van 37,07 procent naar 36,93 procent. Huishoudens gaan dus minder belasting betalen.
  • De algemene heffingskorting stijgt met € 182 naar € 3.070. Het percentage waarmee deze wordt afgebouwd blijft nagenoeg gelijk. Vanaf een inkomen van € 22.660 wordt de algemene heffingskorting afgebouwd.
  • De maximale arbeidskorting stijgt met € 792 naar € 5.052. Ook hier blijft het percentage waarmee deze wordt afgebouwd nagenoeg gelijk. Na de grens van € 41.895 wordt de arbeidskorting afgebouwd.
  • De inkomensafhankelijke combinatiekorting stijgt wel, met € 160 naar € 2.694.
  • Vanaf 2023 kunnen de algemene heffingskorting, arbeidskorting en inkomensafhankelijke combinatiekorting niet meer uitbetaald worden aan de minstverdienende partner als die geboren is na 1962. Bij AOW-huishoudens kan dit nog wel.
  • De ouderenkorting voor stellen stijgt met € 109 naar € 1.835 en de alleenstaande ouderenkorting stijgt met € 29 naar € 478.
  • De bijdrage voor de Zorgverzekeringswet (bijdrage Zvw) voor gepensioneerden en zelfstandigen blijft nagenoeg gelijk.

Deze maatregelen zie je in januari 2023 direct terug op je loonstrook of op de betaalspecificatie van je uitkering of aanvullend pensioen.

Aftrekposten nadeliger voor hoogste inkomens en zzp’ers

  • Het maximale tarief voor aftrekposten zoals de hypotheekrente, de ondernemersaftrek, de zorgkosten, etc., gaat omlaag naar het tarief van de eerste schijf (36,93 procent).
  • De zelfstandigenaftrek wordt met € 1.278 verlaagd naar € 5.033.

Weinig veranderingen voor woningeigenaren

  • Het eigenwoningforfait daalt van 0,45 procent naar 0,35 procent.
  • De bijtelling bij geen of geringe eigenwoningschuld stijgt van 13,3 procent naar 16,67 procent.

De maatregelen die betrekking hebben op aftrekposten en de woning zijn merkbaar bij de belastingaangifte die je in 2024 doet over het jaar 2023, of via de voorlopige aanslag in 2023.

De toeslagen stijgen

  • Het kindgebonden budget voor het eerste en het tweede kind stijgt met € 36 per maand. Vanaf het derde kind gaat het omhoog met € 44 per kind per maand. Het extra bedrag voor alleenstaande ouders (de alleenstaande ouderkop) stijgt met € 47 per maand. Ook de inkomensgrens voor het kindgebonden budget gaat omhoog.
  • De kinderbijslag gaat per kwartaal met € 21 tot € 30 omhoog afhankelijk van de leeftijd van het kind.
  • De huurtoeslag stijgt, omdat het deel van de huur wat huishoudens zelf moeten betalen, lager wordt. Ook gaat de maximale huurgrens met € 76 omhoog naar € 839.
  • De zorgtoeslag gaat € 40 tot € 60 per maand omhoog, afhankelijk van het inkomen. Ook voor de zorgtoeslag geldt dat de inkomensgrens omhoog gaat. Hierdoor krijgen meer mensen recht op zorgtoeslag.
  • Financieel kwetsbare huishoudens (met een inkomen van maximaal 120 procent van de bijstandsnorm) ontvangen ook in 2023 de energietoeslag van € 1300.

Minimumloon en uitkeringen stijgen

  • Het minimumloon gaat op 1 januari 2023 met 10 procent omhoog. Deze stijging komt bovenop de reguliere indexatie.
  • De uitkeringen die aan het minimumloon zijn gekoppeld, zoals de bijstand, de Wajong en de AOW, stijgen daardoor ook met 10 procent.
  • Voor de netto bijstandsuitkering betekent dat een stijging van € 148 per maand voor gehuwden/samenwonenden en € 104 per maand voor alleenstaanden.
  • De aanvullende pensioenen worden gemiddeld genomen geïndexeerd met 2,5 procent.

Overige veranderingen

  • Vanaf het schooljaar 2023-2024 hebben studenten weer recht op een basisbeurs. Vanwege de hoge inflatie wordt het bedrag voor uitwonende studenten extra verhoogd. Zij krijgen er elke maand € 165 bij.
  • Er komt een prijsplafond om de stijging van de energierekening te compenseren.
  • De collectiviteitskorting voor de basiszorgverzekering (maximaal 5 procent) verdwijnt per 1 januari. Voor de aanvullende zorgverzekering blijft de collectiviteitskorting wel bestaan.

Prijzen

Het overheidsbeleid is niet het enige dat verandert. In de koopkracht wordt ook rekening gehouden met prijsstijgingen. Dit zijn verwachtingen. Het is immers vooraf niet zeker hoe hoog de prijzen zullen stijgen. De laatste inschatting van het Centraal Planbureau is dat de prijzen in 2023 met gemiddeld 4,3 procent zullen stijgen.

Het kabinet verlengt de verlaging van de accijnzen op brandstof en de verlaging van de btw op energie tot 1 juli 2023. Daardoor verwacht het CPB dat de prijzen volgend jaar met gemiddeld 2,6 procent zullen stijgen. Dit is veel lager dan de prijsstijging zoals we die dit jaar zien. Of de inflatie daadwerkelijk zo zal uitpakken is erg onzeker. We moeten rekening houden met de mogelijkheid dat de prijzen ook volgend jaar nog sterk blijven stijgen.

Daarnaast stijgt de premie voor de basiszorgverzekering naar verwachting gemiddeld met € 11  per maand.

Leestip: uitleg over koopkracht en inflatie aan de hand van ‘het mandje van uitgaven’.

Lonen

Met de beleidsveranderingen en de prijsstijgingen zijn we er nog niet. De meeste mensen die in loondienst werken, profiteren volgend jaar waarschijnlijk van de verhoging van het cao-loon. De verwachting is dat de lonen volgend jaar gemiddeld met 3,7 procent zullen stijgen.

Net als de prijsstijgingen is dit een gemiddelde. Niet iedereen krijgt evenveel, en ook niet direct vanaf de maand januari. Er zijn ook groepen waar het cao-loon niet stijgt. Zelfstandigen moeten zelf een tarief vaststellen.

Bij een gemiddelde loonstijging van 3,7 procent en een verwachte prijsstijging van 2,6 procent, stijgt de koopkracht van de 117 voorbeeldhuishoudens gemiddeld met 4,9 procent (het varieert van 0,7 procent tot 12,6 procent).

Bekijk onze reactie op de Miljoenennota