Direct naar content

Hoe het Nibud omgaat met de hard stijgende inflatiecijfers

blog
Gepubliceerd op:
Inflatie supermarkt boodschappen

De inflatie is momenteel historisch hoog. Ook ik zie de hogere prijzen in de supermarkt en een kopje koffie passeert steeds vaker mijn psychologische grens van 3 euro. Daar word ik als consument natuurlijk niet vrolijk van. Maar ik ben ook econoom en vanuit dat perspectief is het interessant wat er momenteel allemaal gebeurt op het gebied van inflatie. Ik leg graag uit hoe het Nibud omgaat met deze situatie.

Blog: Marjan Verberk-de Kruik

Wat betekent deze hoge inflatie voor de uitgavencijfers van het Nibud? Moeten we onze cijfers nu wel of niet tussentijds updaten? En hoe gaan we om met rapporten en doorrekeningen voor externen? Ik laat zien welke discussies we intern voeren, welke keuzes we maken en voor wie dat gevolgen heeft.

Inflatie is nu variabel en onzeker

Sinds eind 2021 bestuderen we elke maand de ontwikkeling van de inflatie, omdat die momenteel heel variabel en onzeker is. Als het CBS met de inflatiecijfers naar buiten komt, bekijken en bespreken we bij het Nibud direct of het nodig is om aanpassingen te doen in onze cijfers.

Om die reden hebben we afgelopen december, bij het opstellen van onze voorbeeldbegrotingen voor 2022, al extra inflatie-updates doorgevoerd als het gaat om uitgaven aan voeding, energie en kleding.

De cijfers over januari en februari gaven geen aanleiding om verdere aanpassingen te doen, maar maart (bijna 10 procent inflatie) was een ander verhaal. Toen dat cijfer bekend werd, heb ik diezelfde middag nog met een paar collega’s overlegd over de consequenties hiervan. Dat we updates moesten gaan doen, was vrij zeker. De manier waarop, dát was de grote vraag.

Ontwikkeling van de inflatie
Maand Stijging ten opzichte van een jaar eerder
Januari 2022 6,4%
Februari 2022 6,2%
Maart 2022 9,7%
[Bron: CBS (2022)]

Waar onze cijfers terechtkomen

Voordat we de keuzes bespraken, hebben we op een rij gezet hoe we onze cijfers aanbieden, wie ze gebruikt en op welke manier. We weten bijvoorbeeld dat de losse tabel met voedingscijfers op onze website veel gebruikt wordt voor het vaststellen van een vergoeding in bijvoorbeeld zorginstellingen. Ook voor autokosten en energie presenteren we losse tabellen.

Daarnaast hebben we (minimum)voorbeeldbegrotingen. Die liggen ten grondslag aan diverse Nibud-tools en beleidsmatige adviezen als de minimabeleidsadviezen voor gemeenten, het advies voor de hypotheeknormen en de huur-inkomensberekeningen. Verder gebruiken ook externen onze uitgavencijfers in hun toepassingen en werken aanpassingen ook door in de hoogte van de thuiswerkkostenvergoeding. Kortom, een beslissing met behoorlijk wat gevolgen.

Wat gaan we updaten?

We hebben ons tijdens de discussie over het aanpassen van onze cijfers gericht op de drie uitgavenposten waar de prijsstijgingen het grootst zijn. Dat zijn voeding, benzine en energie. Voor die posten hebben we losse tabellen op de website.

De eerste vraag was dan ook of die tabellen een update nodig hebben. Het klinkt logisch om dit te doen, maar zo eenvoudig ligt het niet. Want wat moeten we dan doen met de begrotingen? Als we die niet ook aanpassen, presenteren we namelijk verschillende cijfers. Hoe ga je dan om met de toepassingen van de Nibud-cijfers, bijvoorbeeld de Nibud-tools en onze minimabeleidsadviezen? Ik neem je mee in onze afwegingen.

Voeding: kent seizoenspatronen

Bij voeding liepen we tegen een conflict aan tussen actualiteit en methodiek. We kregen vragen binnen over de actualiteit van de tabel en de bedragen werden als laag ervaren. Dat neigt naar aanpassen aan de actualiteit, om zo aan te sluiten bij de belevingswereld van de consument en bij de huidige hogere prijzen van levensmiddelen.

Maar de keerzijde is dat we bij de samenstelling van de voedingscijfers uitgaan van de prijzen van het CBS over een heel jaar, om zo de seizoenseffecten te dempen. Bij voeding zie je namelijk dat groente en fruit goedkoper zijn “in het seizoen”. Het maakt in de prijzen ook sterk uit of het een goed of een slecht oogstjaar is. En in die informatie zitten nog de lagere prijzen van vorig jaar verwerkt.

Een conflict tussen actualiteit en methodiek. Uiteindelijk hebben we bij voeding gekozen voor het updaten van de losse tabel op de website en actualiteit boven methodiek gesteld. Omdat de hogere prijzen iedereen raken en we ook weten dat de tabel veel wordt gebruikt.

  • Situatie

    We weten het allemaal: prijzen in de supermarkt zijn behoorlijk gestegen. De bedragen die wij hanteren werden als laag ervaren.

  • Dilemma

    De cijfers die we gebruiken houden rekening met seizoenseffecten en de kwaliteit van het oogstjaar. Kiezen we voor de prijzen die aansluiten bij die methodiek of volgen we de actualiteit?

  • Uitkomst

    We hebben besloten om de actualiteit te volgen en onze prijzen daarop aan te passen. Actualiteit gaat even voor methodiek.

Benzineprijs: actualiteit gebruiken

Bij benzine was de discussie minder moeilijk. Al liepen we daar wel aan tegen het feit dat het kabinet vanaf april de accijnzen zou verlagen. De cijferupdate was vooral nodig voor de variabele kosten van het benzineverbruik. En daarvoor maken we gebruik van actuele benzineprijzen. Geen dagkoersen, maar ook niet de informatie van een jaar terug.

Daarbij geven we aan van welke benzineprijs we uitgaan, dus het is belangrijk dat die aansluit bij de actualiteit. We hebben daarbij wel alvast voorgesorteerd op het schrappen van de accijnzen door een iets lagere literprijs aan te houden. Vanwege de actualiteit hebben we besloten om ook deze tabel op de website te updaten.

  • Situatie

    Benzineprijzen zijn flink gestegen sinds de coronacrisis en de oorlog in Oekraïne.

  • Dilemma

    De benzineprijzen zijn makkelijk te achterhalen, maar er zat ook een accijnsverlaging aan te komen.

  • Uitkomst

    We hebben besloten om de prijzen in onze tabellen aan te passen en alvast de accijnsverlaging mee te wegen.

Energie: geen peil op te trekken

Energie was de moeilijkste uitgavenpost in de discussie. Daar liepen we tegen de vele veranderingen van de prijzen aan. Bij een vergelijking van maart 2022 met februari en januari 2022 werden de verschillen duidelijk zichtbaar. De prijzen zijn flink gestegen, maar tegelijk heeft niet iedereen te maken met die hoge tarieven in maart.

Ten eerste meet het CBS de prijsstijging van energie via de energietarieven voor nieuw afgesloten contracten van die maand. En omdat lang niet iedereen in maart een nieuw contract afsluit, zullen de door het CBS meegenomen tarieven slechts voor een deel van de mensen in Nederland gelden.

Ten tweede hebben ook mensen met een vast contract niet te maken met hogere tarieven. En ten derde krijgen mensen met een variabel contract doorgaans alleen in januari en juli te maken met prijsaanpassingen. Daar komt de vraag bij hoe de cijfers van april eruit gaan zien. Veel hoger? Veel lager? Juist bij energie is het beeld heel onzeker en variabel.

Dit alles was voor ons genoeg reden om de tabellen op de website voor energie, ondanks de enorme prijsstijging, niet aan te passen.

  • Situatie

    Energieprijzen zoals aardgas en elektriciteit stijgen enorm én veranderen aan de lopende band.

  • Dilemma

    De prijzen zijn flink gestegen, maar (nog) niet iedereen heeft ermee te maken gehad. Ook kunnen de prijzen volgende maand weer helemaal anders zijn.

  • Uitkomst

    We hebben de prijzen in onze tabellen niet aangepast, omdat de juiste prijs op dit moment eigenlijk niet bestaat.

Communiceren is essentieel

Toen we per uitgavenpost wisten of we de losse tabellen op onze voorlichtingspagina’s gingen updaten, moesten we beslissen over het wel of niet updaten van onze begrotingen. En dat betekent automatisch ook een beslissing over het wel of niet hanteren van verschillende cijfers voor dezelfde uitgavenpost (in de tabellen en in de begroting).

Normaal gesproken stellen we de begrotingen in januari voor een heel jaar vast. We waren het er al snel over eens dat dat voor 2022 geen optie is. Omdat onze cijfers op zoveel plekken gebruikt worden, is het praktisch niet uitvoerbaar om maandelijks aanpassingen te doen. Bovendien willen we gezien de veranderlijkheid en de onzekerheid van de inflatie geen maandelijkse schokken in zoiets basaals als een richtbedrag voor voeding.

We zijn ons ervan bewust dat verschillende prijzen vragen om een heldere uitleg.

Marjan Verberk-de Kruik, senior wetenschappelijk medewerker Nibud

Daarom hebben we ervoor gekozen om in juli 2022 nieuwe begrotingen op te stellen en een verschil in cijfers met de losse tabellen op onze voorlichtingspagina’s tot die tijd te accepteren.

We zijn ons er van bewust dat het accepteren van deze verschillen en het niet direct updaten van begrotingen om een heldere communicatie en uitleg vraagt. Zo geven we in onze minimabeleidsadviezen aan dat de doorgerekende bestedingsruimte mogelijk te positief is, omdat gebruik gemaakt is van de begrotingen van januari (vóór de grootste inflatiestijging). En voor het advies over de hypotheeknormen zijn we in gesprek met belangrijke stakeholders over hoe we de inflatieontwikkeling verwerken in het advies, omdat hogere inflatie leidt tot minder ruimte voor het afsluiten van een hypotheek.

Hoe reageren mensen op de inflatie?

Met de huidige stijging van de prijzen passen mensen hun gedrag aan. Dat doe ik zelf ook. Zo heb ik zonnepanelen laten installeren en op mijn werkkamer de vloerverwarming uitgezet en vervangen door een elektrische kachel. Ook koop ik meer huismerken en mijn man pakt wat vaker de trein naar zijn werk. Zulke gedragseffecten maken het voor ons lastig om onze hele voorbeeldbegroting te updaten. Want hoe kunnen we al die effecten nou zo goed mogelijk meenemen?

Feitelijk updaten is dus lastig, maar het gedrag van mensen onderzoeken in relatie tot de inflatie is wel interessant. Hoe hoog denken mensen zelf dat de inflatie is, oftewel: wat is de gevoelsinflatie op dit moment? Of ervaren mensen misschien kwaliteitsverlies door huismerken te kopen, terwijl ze door goedkopere producten te kopen de prijsstijgingen minder voelen in hun portemonnee? Welke gedragsveranderingen zien we nog meer?

Dit zijn vragen die we komend jaar zouden kunnen onderzoeken. In ons driejaarlijkse onderzoek Geldzaken in de praktijk doen we dit al door enkele vragen over inflatie te stellen aan mensen. En natuurlijk blijven we de ontwikkelingen maandelijks in de gaten houden en doen we waar nodig nieuwe updates.

Tot slot komen we met Prinsjesdag met nieuwe koopkrachtcijfers voor 2023 naar buiten. Een moment waarop we ook extra aandacht hebben voor de inflatie. Niet de daadwerkelijke inflatie, maar de verwachting voor 2023.

Kortom, er is nog genoeg te onderzoeken en te beslissen op dit gebied, dus ik zal me voorlopig nog wel bezig houden met de inflatie. Wat helemaal niet erg is, want zoals ik aan het begin van mijn blog al zei: als econoom is het vooral heel erg interessant.  

Wil je als professional ondersteuning bij een inflatievraagstuk?

Marjan Verberk – de Kruik

Senior wetenschappelijk medewerker