Direct naar content

Groot bedrag ineens op pensioendatum verdient betere fiscale begeleiding

blog
Gepubliceerd op:
bedrag ineens

Als mensen per 1 januari 2023 de keuze krijgen om een groot bedrag ineens uit te laten betalen op hun pensioendatum, moet dit een echte en eerlijke keuze zijn, ook voor lagere inkomensgroepen. Dat vindt het Nibud. Het door de Tweede Kamer en de Eerste Kamer aangenomen wetsvoorstel zorgt daar niet voor, omdat onvoldoende rekening is gehouden met (nadelige) belasting- en toeslageffecten. De Raad van State waarschuwde daar eerder niet voor niets voor.

Blog: Michael Visser en Marcel Warnaar

In de aangenomen motie-Oomen-Ruijten (CDA) over het keuzerecht voor een bedrag ineens wordt de regering onder andere verzocht om ongewenste effecten te voorkomen en de regelingen zo nodig aan te passen. Bijvoorbeeld door een uitzondering van het bedrag ineens op de huurtoeslag, waardoor de huurtoeslag niet komt te vervallen voor mensen die het bedrag ineens opnemen.

De motie is 9 maanden voor beoogde inwerkingtreding van het bedrag ineens door de Eerste Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) nog gekwalificeerd als ‘niet uitgevoerd’. Ze is in afwachting van de toegezegde wetswijziging. We roepen de politiek dan ook op om mensen met het pensioen in zicht snel duidelijkheid te bieden. De Wet bedrag ineens zou immers op 1 januari 2023 in moeten gaan.

Update per november 2023: het ingaan van de Wet bedrag ineens is uitgesteld naar 1 januari 2025.

Bedrag ineens kan onvoordelig zijn

Ons onderzoek laat zien dat het in sommige gevallen zeer onvoordelig is om het bedrag ineens op te nemen, door de regels voor belastingheffing en toeslagen. Een probleem dat overigens eerder gesignaleerd is, maar nog niet is opgelost.

Daarom roept het Nibud op om opname van het bedrag ineens ‘fiscaal neutraal’ te maken. We krijgen vragen uit de praktijk wat we daarmee bedoelen. Dat lichten we toe in dit blog. Naar onze mening ligt onze oproep in lijn met eerdere zorgen van onder andere de Raad van State en de aangenomen motie Oomen-Ruijten (CDA) in de Eerste Kamer. Hoe hier gehoor aan wordt gegeven, is een politieke keuze. Die keuze zou allereerst duidelijk moeten worden door de al eerder toegezegde wetswijziging.

Wat betekent ‘fiscaal neutraal’?

Voor het Nibud betekent ‘fiscaal neutraal’ kortgezegd dat het bedrag ineens op pensioendatum een neutralere begeleiding in de belastingheffing krijgt. Zowel in de toeslagensfeer, als in de inkomstenbelastingsfeer.

Te denken valt aan het vrijstellen van dergelijke inkomsten voor toeslagen. Soortgelijk inkomen, een afkoopsom van een klein ouderdomspensioen, telt bijvoorbeeld al niet altijd mee voor de huurtoeslag. Het gaat dan om ‘bijzonder inkomen’.

Andere opties zijn toepassing van een bijzonder tarief (altijd AOW-tarief, altijd laagste schijf), bijvoorbeeld via een eindheffing, of vrijstelling van inkomstenbelastingheffing tot een bepaald bedrag. Uiteraard kent iedere optie voor- en nadelen en mogelijk juridische en uitvoeringstechnische uitdagingen.

Haast lijkt geboden, anders ligt verder uitstel op de loer. Iets dat mogelijk niet in goede aarde zal vallen bij aanstaand gepensioneerden die graag van de keuzemogelijkheid van het bedrag ineens gebruik zouden willen maken.

Gevolgen van het nieuwe coalitieakkoord

Het coalitieakkoord 2021-2025 van het nieuwe kabinet zorgt voor een nieuwe context waarin straks het bedrag ineens als nieuwe keuzemogelijkheid wordt ingevoerd en kan worden opgenomen. Niet alleen voor pensioenen, maar ook voor lijfrenten.

Ten eerste geeft het kabinet aan dat zij de middelingsregeling in de inkomstenbelasting per 2023 wil afschaffen. Hierdoor kan het opnemen van een bedrag ineens fiscaal nog onaantrekkelijker worden. Wat de precieze redenen voor het kabinet zijn van de afschaffing van de middelingsregeling weten wij niet. [1] Waarom is er niet voor gekozen om de middelingsregeling makkelijker te maken voor burgers en te moderniseren?

Ten tweede is er het voornemen om het gebruik van toeslagen te verminderen. Het ‘voordeel’ dat de lagere pensioenuitkering door het bedrag ineens heeft op het recht op toeslagen in latere jaren, lijkt daardoor ook minder te worden.

Toelichting

[1] Uit een evaluatie van de middelingsregeling door medewerkers van het Ministerie van Financiën (november 2018) maken wij onder andere op dat afschaffing zou leiden tot een vereenvoudiging van het belastingstelsel en tot een kasopbrengst. Het nadeel van deze optie is dat de regeling wegvalt voor iedereen, ongeacht de achtergrond van het progressienadeel. Verder blijkt dat als er een lage benutting van de middelingsregeling is, deze relatief hoge uitvoeringskosten kent. En de doeltreffendheid en doelmatigheid beperkt zijn.

Wil je meer weten?