Direct naar content

Koopkracht 2026: dit verandert er

Bij het Nibud berekenen we regelmatig de financiële gevolgen van beleidsmaatregelen. Deze koopkrachtberekeningen maken we voor 117 voorbeeldhuishoudens. Met deze voorbeelden kunnen huishoudens beter vooruitkijken en zich voorbereiden op veranderingen. Hier zetten we op een rij wat er in 2026 waarschijnlijk verandert in beleid, prijzen en lonen.

Lees hier meer over waarom het Nibud de koopkracht berekent, hoe we dat doen en wat huishoudens met de verwachtingen kunnen.

Beleid

Het totale tarief van de eerste belastingschijf gaat iets omlaag van 35,82 procent naar 35,75 procent. Het totale tarief in de tweede schijf gaat juist iets omhoog van 37,48 procent naar 37,56 procent. De grens van de tweede belastingschijf stijgt maar beperkt, waardoor mensen eerder in een hogere belastingschijf vallen. De heffingskortingen worden beperkt geïndexeerd. De maximale algemene heffingskorting stijgt met € 47 en de arbeidskorting met maximaal € 86.

De koopkracht van zelfstandigen blijft achter bij werkenden in loondienst vanwege de daling van de zelfstandigenaftrek met € 1.270.

Deze maatregelen kun je in januari 2026 direct terugzien op je loonstrook of op de betaalspecificatie van je uitkering of aanvullend pensioen.

Toeslagen

Het kindgebonden budget gaat voor de meeste huishoudens met een laag inkomen omhoog. Het maximale bedrag gaat € 6 tot € 8 per maand omhoog voor ieder kind. De inkomensafhankelijke afbouw gaat omhoog van 7,1 naar 7,6 procent, waardoor het kindgebonden budget voor hogere inkomens juist omlaag gaat.

De huurtoeslag verandert. De berekening wordt eenvoudiger en meer huurders krijgen recht op huurtoeslag:

  • Met een huur boven de € 900 is er dit jaar ook recht op huurtoeslag. Vorig jaar niet.
  • Jongeren onder de 21 jaar kunnen huurtoeslag aanvragen als hun huur hoger is dan € 501,47. En vanaf 21 jaar is er recht op volledige huurtoeslag. Vorig jaar was dat nog vanaf 23 jaar.
  • De huurtoeslag voor gemeenschappelijke servicekosten vervalt. In plaats daarvan is de eigen bijdrage voor iedereen met € 11,96 verlaagd.

Prijzen

Het overheidsbeleid is niet het enige dat verandert. In de koopkracht wordt ook rekening gehouden met prijsstijgingen. Dit zijn verwachtingen. Het is immers vooraf niet zeker hoe hoog de prijzen zullen stijgen. De laatste inschatting van het Centraal Planbureau is dat de prijzen in 2026 met gemiddeld 2,4 procent zullen stijgen.

Daarnaast is de premie voor de basiszorgverzekering gemiddeld met € 1 per maand gestegen.

Lonen

Met de beleidsveranderingen en de prijsstijgingen zijn we er nog niet. De meeste mensen die in loondienst werken, profiteren dit jaar van de verhoging van het cao-loon. De verwachting is dat de lonen gemiddeld met 3,7 procent zullen stijgen.

Net als de prijsstijgingen is dit een gemiddelde. Niet iedereen krijgt evenveel, en ook niet direct vanaf de maand januari. Er zijn ook groepen waar het cao-loon niet stijgt. Zelfstandigen moeten zelf een tarief vaststellen.

Het bruto minimumloon gaat met ruim 4 procent omhoog. De uitkeringen die aan het minimumloon zijn gekoppeld, zoals de bijstand, de Wajong en de AOW, stijgen daardoor ook. Ook de aanvullende pensioenen stijgen gemiddeld genomen met 2,8 procent. Voor gepensioneerden met een aanvullend pensioen die sinds 1 januari onder het nieuwe pensioenstelsel vallen, is de kans groot dat hun aanvullend pensioen harder stijgt.

Bij een gemiddelde loonstijging van 3,7 procent en een verwachte prijsstijging van 2,4 procent, stijgt de koopkracht van de 117 voorbeeldhuishoudens gemiddeld met 0,9 procent (het varieert van -1,2 procent tot 2,9 procent).