Over koopkrachtplaatjes

Het Nibud presenteert al jaren met Prinsjesdag en in januari koopkrachtplaatjes, zodat huishoudens weten met welke veranderingen in hun portemonnee ze rekening moeten houden. Welke factoren zijn van invloed op koopkrachtverandering, en wat kunnen individuele huishoudens ermee? Dit artikel geeft toelichting.

Waarom berekent het Nibud koopkrachtplaatjes?

Dat doen we om mensen erop te wijzen wat er het komende jaar gaat veranderen in hun portemonnee. We vinden dit belangrijk omdat ons stelsel van belastingen en toeslagen erg ingewikkeld kan zijn. En het effect daarvan willen we inzichtelijk maken voor mensen. Zodat ze hiermee rekening kunnen houden als ze hun begroting voor het aankomende jaar gaan opstellen.

Statische plaatjes

In de berekeningen houden we ook rekening met de verwachte inkomens- en prijsstijgingen. Het koopkrachtplaatje geeft daarom een beeld van wat er extra overblijft nadat er rekening mee is gehouden dat alle prijzen (inclusief de huur en de zorgpremie) zijn gestegen.

Daarbij maken we gebruik van zogenaamde statische plaatjes. Dat wil zeggen dat er afgezien van gemiddelde inkomens- en prijsstijgingen niks in het huishouden verandert. Op die manier kun je het beste in beeld brengen wat het effect is van veranderingen in allerlei regelingen.

Wat beïnvloedt de koopkrachtverandering?

In statische koopkrachtplaatjes wordt rekening gehouden met het volgende:

  1. wijzigingen in wet- en regelgeving: bijvoorbeeld een verlaging van een belastingtarief, een stijging een heffingskorting en een verhoging van de energiebelasting;
  2. inkomensstijgingen: de gemiddelde cao-loonsverhoging over het hele jaar. Dit hoeft dus niet gelijk in januari al in te gaan. Loonsverhogingen door extra periodieken of een andere baan zijn niet meegenomen. Ook de stijging van de pensioenen en de uitkeringen zijn meegenomen.
  3. prijsstijgingen: de gemiddelde verwachte prijsstijging van een pakket aan goederen en diensten, bijvoorbeeld boodschappen, kleding, benzine, huur en verzekeringspremies.

Geen rekening wordt dus gehouden met veranderingen in het huishouden of het inkomen. Meer werken, werkloosheid, samenwonen, scheiden, dergelijke veranderingen hebben vaak een veel groter effect dan de statische koopkrachtplaatjes. Dergelijke veranderingen komen niet in de koopkrachtplaatjes terug.

Hoe betrouwbaar voorspellen de koopkrachtplaatjes?

Als het gaat om de koopkracht van het aankomende jaar, dan zijn wijzigingen in wet- en regelgeving goed te voorspellen. Met Prinsjesdag worden de plannen bekendgemaakt en in januari zijn alle regelingen definitief.

De loonstijgingen laten zich moeilijker voorspellen. Die zijn afhankelijk van de onderhandelingen tussen werkgevers en werknemers. Die kunnen mee of tegenvallen. Over het algemeen zijn de voorspellingen redelijk betrouwbaar.

De prijsstijgingen laten zich het moeilijkst voorspellen. Na een extreem natte of droge zomer stijgen de voedingsprijzen harder dan na een gematigde zomer. En als een internationale gebeurtenis de wisselkoers van de Euro en de dollar verandert, dan heeft dit effecten op bepaalde grondstoffen en dus op de prijzen. Sommige prijzen laten zich beter voorspellen. De premie voor de zorgverzekering wordt bijvoorbeeld van tevoren bekendgemaakt en die wijzigt niet meer.

Individuele situatie

Het Nibud maakt koopkrachtplaatjes voor 100 voorbeeldhuishoudens. We rekenen daarbij met gemiddelde bedragen. Bijvoorbeeld een gemiddelde cao-loonsstijging. Misschien krijgt u wel helemaal geen loonsverhoging, of veel minder, of pas volgend jaar, al dan niet met terugwerkende kracht. Dan ziet uw situatie er dus anders uit. We kunnen echter niet voor iedereen individueel een berekening maken, maar in de meeste gevallen vormt het gemiddelde koopkrachtplaatje een goed uitgangspunt.

Wat kan ik dan met dat koopkrachtplaatje?

Als uit de koopkrachtplaatjes blijkt dat de meeste huishoudens in een vergelijkbare situatie er op achteruit gaan dan is het verstandig om na te gaan of dat in uw geval ook zo is. Misschien zijn er wel omstandigheden die ervoor zorgen dat u er toch op vooruit gaat, bijvoorbeeld een extra loonsverhoging. Het is altijd verstandig om periodiek te kijken of er wat te besparen valt.

En als er niets meer te besparen valt en u weet echt niet meer hoe u alles moet betalen, ga dan na of iemand u kan helpen. Vrienden, familie, of andere hulpinstanties.

Maar ook als het koopkrachtplaatje voor de situatie die het meeste lijkt op het uwe positief is, is het verstandig om uw inkomsten en uitgaven voor de komende tijd op een rijtje te zetten. Als u er echt op vooruit gaat dan kunt u misschien wel wat extra opzij zetten.

Contact

U kunt op verschillende manieren contact opnemen met het Nibud.

Ga verder

Met statische koopkrachtplaatjes kun je het best in beeld brengen wat het effect is van veranderingen in allerlei regelingen.”

Contact

U kunt op verschillende manieren contact opnemen met het Nibud.

Ga verder

Anderen lezen

18 september 2018

Nibud: Koopkrachtplaatjes grillig

lees meer ›Persbericht
17 september 2019

Nibud: Koopkracht niet-werkenden stijgt nauwelijks

lees meer ›Persbericht

Koopkracht 2019-2020: de belangrijkste veranderingen

Welke veranderingen in beleid, prijzen en inkomens zijn van invloed op de koopkracht?

lees meer › Artikel
17 september 2019

Koopkracht: het mandje van de inflatie

lees meer ›Blog

Koopkrachtberekenaar

Bekijk per huishoudtype de verwachte koopkrachtverandering voor komend jaar.

lees meer › Tool

Koopkrachtberekeningen regeerakkoord kabinet-Rutte III

Bijstandsgerechtigden en gepensioneerden blijven achter.

lees meer › Onderzoeksrapport
19 juni 2019

Koopkrachtstijging minder hoog dan verwacht

lees meer ›Nieuwsbericht
18 januari 2019

Koopkracht – hoe zit dat bij mij?

lees meer ›Blog
10 december 2018

Correctie in berekeningen Nibud-rapport Koopkrachtontwikkelingen van werkenden en gepensioneerden 2010-2019

lees meer ›Nieuwsbericht
30 oktober 2018

Koopkrachtontwikkelingen gepensioneerden en werkenden van 2010 tot 2019

lees meer ›Nieuwsbericht
27 oktober 2017

Nibud: In 2021 koopkrachtstijging van 4 tot 6 procent voor werkende Nederlander

lees meer ›Persbericht