Home > Sparen & vermogen > Sparen > Voor uw (klein)kind

Sparen voor uw (klein)kind: kies de geschikte vorm

Veel ouders en grootouders openen een spaarrekening voor hun (klein)kinderen, waarop zij sparen 'voor later'. Bijvoorbeeld voor studie of rijles of om op de 18e verjaardag een bedrag mee te geven. Ouders kiezen er bijvoorbeeld voor om de kinderbijslag apart te zetten. Banken en verzekeringmaatschappijen springen in op deze vraag en bieden allerlei spaarproducten aan voor dit doel. Maar let op, kies niet te snel!

Wat legt u vast?

Sparen voor uw (klein)kinderenVoordat u zich verbindt om jarenlang een vast bedrag per maand te sparen, moet u goed bekijken wat u werkelijk kunt of wilt missen. Als u een regeling kiest waarbij u elke maand een vast bedrag moet betalen, zult u dat gedurende zo'n vijftien jaar moeten doen. De kans is groot dat u in die jaren meer gaat verdienen, maar het kan ook voorkomen dat u juist minder gaat verdienen. Tegenwoordig is het niet meer mogelijk om studiekosten als fiscaal voordeel op te geven bij de Belastingdienst. 

Informeer van tevoren of u de regeling tussentijds kunt aanpassen of beëindigen bij echtscheiding, werkloosheid, arbeidsongeschiktheid of overlijden van (één van de) ouders. Vraag na wat daarvan de gevolgen zijn.

Welke spaarvorm?

De keuze voor een spaarproduct hangt samen met de vraag of u tussentijds over het geld wilt kunnen beschikken en of u maandelijks een vast bedrag wilt betalen.

Een spaarrekening

Hiermee kunt u zelf bepalen wanneer en hoeveel u spaart. Zit u eens krap, dan spaart u tijdelijk gewoon wat minder of helemaal niet. Deze vrijblijvendheid kan ook een nadeel zijn voor mensen die het moeilijk vinden om een spaardiscipline op te brengen. Dan kunt u misschien beter kiezen voor een spaarrekening waarbij u maandelijks een vast bedrag spaart

Op wiens naam?

U kunt de rekening op uw eigen naam zetten of op de naam van het betreffende kind. Voor beide is iets te zeggen. Zet u het geld op naam van uw kind, dan kan het er vanaf zijn achttiende vrij over beschikken en heeft u daar geen zeggenschap meer over.

Soorten spaarrekeningen

Er zijn diverse typen spaarrekeningen. Uw keuze hangt bijvoorbeeld af van hoeveel rente u wilt en de termijn waarop u over het spaarbedrag wilt  beschikken. U kunt kiezen voor direct opvraagbare tegoeden of voor het spaartegoed vastzetten voor een langere periode. In het algemeen geldt dat u een hogere rente ontvangt naarmate het spaartegoed langer vaststaat. Bij sommige spaarrekeningen is een minimuminleg vereist, bij andere kunnen alleen ronde bedragen (bijvoorbeeld €2.000) worden vastgezet.

Welke termijn?

Voor de termijn waarop u over spaartegoeden kunt beschikken, zijn drie mogelijkheden, afzonderlijk of gecombineerd:

  • Het tegoed wordt voor een bepaalde termijn vastgezet, bijvoorbeeld één, twee of vijf jaar. Hoe langer u het tegoed vastzet, des te hoger de rente. Wilt u toch eerder over het tegoed beschikken, dan moet u meestal een soort boete betalen. U krijgt dan uiteindelijk een lagere rente.
  • Het spaartegoed is boetevrij opvraagbaar, met inachtneming van een zekere termijn. Deze termijn kan lopen van een maand tot een jaar. Ook hier geldt weer: hoe langer de opzegtermijn, des te hoger de rente die u ontvangt.
  • Maandelijks is een bedrag tot een bepaald maximum boetevrij op te nemen.

Ook het tijdstip van rentebijschrijving kan variëren. Meestal is dit een- of tweemaal per jaar achteraf, maar ook maandelijkse bijschrijvingen of bijschrijvingen aan het einde van de termijn waarvoor geld is vastgezet, zijn bij bepaalde spaarrekeningen mogelijk.

Belastingvrij schenken

Veel mensen willen hun kinderen of hun kleinkinderen regelmatig of eenmalig een bepaald bedrag geven. Lees ook: Belastingvrij schenken en erfbelasting. Over schenkingen die uitkomen boven de vastgestelde vrijstelling, moet de ontvanger belasting betalen. Deze vrijstellingen bedragen over 2010:

  • voor kinderen van de schenker €5.000 per jaar;
  • voor kinderen van 18 tot 35 jaar eenmalig €24.000;
  • voor anderen (bijvoorbeeld kleinkinderen) €2.000 per jaar (let op: dit bedrag is verlaagd ten opzichte van 2009). Deze vrijstelling vervalt als de verkrijging hoger is dan €2.000 per jaar.

Meer informatie

Lees meer in de Nibud-uitgave GeldWijzer Kinderen.


Print

Stuur door

zoeken