a a a
Leerdoelen - Nibud voor Scholieren
In samenwerking met

Leerdoelen

Doelstelling van het Nibud is ervoor te zorgen dat jongeren later als volwassene zelfstandig kunnen leven en wonen, waarbij zij op korte en lange termijn hun betalingsverplichtingen nakomen, de huishoudfinanciën in balans houden en beschikken over een positief eigen vermogen zonder problematische schulden.

Leerdoelen

Financiële opvoedingHiervoor heeft het Nibud voor verschillende leeftijdscategorieën leerdoelen opgesteld. De leerdoelen en competenties voor oudere leeftijden zijn een uitbreiding en/of een verdieping van de leerdoelen die voor de jongere leeftijden gelden.

Deze leerdoelen zijn verwerkt in Nibud.nl/scholieren. In onderstaand schema staan bij alle thema's van de website de bijbehorende leerdoelen.

Leerdoelen

13 t/m 15 jaar

Leerdoelen

16 t/m 18 jaar

Jouw geldzaken

Geldzaken op orde hebben

  • Kinderen betalen hun rekeningen op tijd.
  • Kinderen bewaren belangrijke papieren die voor hen bedoeld zijn.

Bankzaken regelen

  • Kinderen weten wat een bank is en voor welke zaken ze daar terecht kunnen.
  • Kinderen pinnen op een veilige manier.
  • Kinderen weten wat internetbankieren is.

Geldzaken op orde hebben

  • Jongeren zijn in staat al hun geldzaken zelfstandig te beheren.
  • Jongeren hebben hun administratie op orde en betalen rekeningen op tijd.
  • Jongeren bewaren belangrijke papieren overzichtelijk.
  • Jongeren hebben, op welke manier dan ook, overzicht over hun inkomsten en uitgaven.

Bankzaken regelen

  • Jongeren beheren hun eigen bankzaken.
  • Jongeren doen overboekingen via het internetbankieren. Via internetbankieren houden ze hun transacties bij en doen ze, indien nodig, automatische overboekingen.

 

Je inkomsten

Zelf geld verdienen

  • Kinderen weten dat er voor henzelf en de werkgever regels gelden als ze werken.
  • Kinderen weten wat wit werk en zwart werk is en wat belasting is.
  • Kinderen weten dat zij belasting terug kunnen vragen als ze werken.

Zelf geld verdienen

  • Jongeren controleren of ze minimaal het minimumjeugdloon krijgen als ze werken.
  • Jongeren die werken weten wanneer ze wel en niet mogen werken en wat voor werk ze wel en niet mogen doen.
  • Jongeren vragen belasting terug als zij hebben gewerkt.

Je uitgaven

Leren keuzes maken

  • Kinderen geven niet meer uit dan dat ze zelf aan geld beschikbaar hebben.
  • Kinderen besteden  hun kleedgeld waarvoor het is bedoeld.
  • Kinderen kunnen met een steeds groter budget omgaan.
  • Kinderen weten het verschil tussen uitgaven die moeten en uitgaven die mogen.

Geldzaken op orde hebben

  • Kinderen weten dat je bij sommige uitgaven nog bijkomende kosten hebt.
  • Kinderen vergelijken verschillende vergelijkbare producten voordat ze iets kopen.
  • Kinderen kunnen een inschatting maken van de prijs van een product en kunnen inschatten of een bepaalde aanbieding echt een voordeel oplevert.

Reclame de baas blijven

  • Kinderen herkennen reclame, commercie en sociale druk.
  • Kinderen maken onderscheid tussen hun eigen wensen en wensen die hun door reclame zijn ingegeven.

Leren keuzes maken

  • Jongeren geven niet meer uit dan ze hebben.
  • Jongeren voldoen aan hun verplichte uitgaven.

Geldzaken op orde hebben

  • Jongeren houden bij hun keuzes van aankopen rekening met de bijkomende kosten van een aankoop.
  • Jongeren vergelijken prijzen voor ze een aankoop doen en letten daarbij zowel op prijs als kwaliteit.

Reclame de baas blijven

  • Jongeren maken onderscheid tussen hun eigen wensen en wensen die door reclame, commercie of onder sociale druk zijn ingegeven.

 

Sparen

Sparen

  • Kinderen kunnen voor langere tijd geld opzij zetten voor een bepaald doel.

Sparen

  • Jongeren houden bij hun huidige uitgaven rekening met toekomstige uitgaven.

Lenen en schulden

Lenen

  • Kinderen kunnen de voor- en nadelen van lenen en sparen benoemen, en nemen dat mee bij de keuzes en beslissingen die ze maken.
  • Kinderen betalen het geld terug dat zij lenen.

Lenen

  • Jongeren die rood staan, weten wat dat betekent en wat voor rente ze betalen voor het rood staan.
  • Jongeren nemen de alternatieven voor lenen mee in hun overweging, voordat ze lenen.
  • Jongeren zijn op de hoogte van de rente, het bedrag aan aflossing en de aflosperiode voordat zij gaan lenen.
  • Jongeren sluiten alleen een lening af als dit past binnen hun toekomstige budget.
  • Jongeren beoordelen de verschillende kredietvormen aan de hand van hun eigen situatie.

 

18 en dan...

-

Verzekeren

  • Jongeren sluiten een bepaalde verzekering af als de situatie daar om vraagt.