Geld en gedrag, de theorie
Gedrag en gedragsverandering zijn onderwerpen waar budgetbegeleiders dagelijks mee te maken hebben. De budgetbegeleiding is dan meer dan alleen de 'technische' kant van het leren omgaan met geld. Samen de financiële problemen in kaart brengen, een begroting maken, ervoor zorgen dat de betalingen geregeld worden: het zijn allemaal noodzakelijke stappen op weg naar een schuldenvrij leven. Maar het uiteindelijke doel van budgetbegeleiding is dat iemand leert om zelf zijn geldzaken te regelen, nu en in de toekomst. Met andere woorden: dat hij zijn gedrag zodanig aanpast dat er geen nieuwe financiële problemen ontstaan.
Financieel zelfredzaam
Het doel van budgetbegeleiding is dat iemand financieel zelfredzaam wordt, zoals genoemd in de Nibud-definitie van budgetbegeleiding:
‘Budgetbegeleiding is het ondersteunen en stimuleren van personen, met het doel bij hen een gedragsverandering tot stand te brengen die leidt tot financiële zelfredzaamheid. Iemand is financieel zelfredzaam wanneer hij of zij over competenties beschikt waardoor er geen (nieuwe) problematische schulden ontstaan.’
Competenties
Iemand moet beschikken over bepaalde competenties om goed te kunnen omgaan met geld. De competenties beschrijven het gedrag dat een cliënt zou moeten laten zien bij het regelen van zijn geldzaken. Door de competenties te meten op verschillende momenten tijdens de begeleiding, krijgt u inzicht in de mate waarin uw cliënt zijn financiële gedrag verandert.
Gedragsverandering
Budgetbegeleiding richt zich op het creëren van een gezond bestedingspatroon bij de cliënt. Daarvoor heeft de cliënt niet alleen inzicht nodig in budgetteren, maar ook in zijn bestedings- en gedragspatroon. Om ook in de toekomst schuldenvrij te kunnen zijn, zal de cliënt zijn gedrag blijvend moeten veranderen. Dit betekent een definitieve breuk met gewoontes en gedragspatronen die de cliënt over een periode van jaren heeft ontwikkeld. Juist dit laatste blijkt in de praktijk erg lastig te realiseren. Terugval in oud, bekend gedrag ligt snel op de loer.
Gedrag
Vaak wordt gedacht dat gedrag in hoge mate gestuurd wordt door kennis en vaardigheden. Deze zorgen er immers voor dat mensen überhaupt in staat zijn om bepaald gedrag te vertonen. In de praktijk blijken kennis en vaardigheden wel een voorwaarde te zijn voor gedrag, maar zelden voldoende. Gedrag wordt door veel meer bepaald dan door kennis en vaardigheden alleen.
De ijsberg
In het boek Geld en Gedrag, budgetbegeleiding voor de beroepspraktijk vergelijken we een persoon met een ijsberg. Het topje van de ijsberg, boven het water, laat het zichtbare gedeelte van de persoon zien: het gedrag dat de persoon vertoont. Dit topje rust echter op een veel groter, onzichtbaar stuk van de ijsberg, onder de waterlijn. Dit onzichtbare, en vaak onbewuste, gedeelte is echter bepalend voor het gedrag dat de persoon vertoont.
De ijsberg is onder de waterlijn op te delen in drie lagen. Het hoogste gedeelte onder de waterlijn is de laag van het doen: de kennis en vaardigheden van de persoon. Dit niveau wordt sterk beïnvloed door de twee niveaus eronder: de lagen van het denken/voelen en het zijn. Het denken/voelen gaat over de onzichtbare opvattingen van die persoon: zijn of haar zelfbeeld, normen en overtuigingen. Deze worden op hun beurt weer beïnvloed door het zijn: de persoonlijke eigenschappen en intelligentie.
Elk van deze drie lagen heeft invloed op het gedrag dat iemand vertoont. Over het algemeen geldt: hoe dieper gedrag verankerd is in de ijsberg, hoe moeilijker te veranderen.
Persoonlijkheid en intelligentie bepalen de grenzen van wat überhaupt haalbaar is met budgetbegeleiding. Voor de budgetbegeleider is het daarom belangrijk om een goede inschatting te maken van het uiterst haalbare ambitieniveau. Dit voorkomt dat er energie wordt gestoken in zaken die niet beïnvloedbaar zijn. Het geeft de budgetbegeleider de ruimte om zich te richten op zaken in de hogere lagen van de ijsberg die wel te ontwikkelen zijn, binnen de kaders van de onderste laag.
Fasen in de gedragsverandering
Daarnaast is het voor de budgetbegeleider belangrijk om in te spelen op de fase waarin de cliënt zit. Bij gedragsverandering kunnen zes fasen onderscheiden worden:
- Voorstadium
In deze fase ervaart iemand niet dat hij een probleem heeft. Hij ziet geen aanleiding om zijn gedrag te veranderen. - Overwegen
In deze fase weegt iemand de voor- en nadelen van zijn situatie tegen elkaar af. Hij overweegt om zijn gedrag te gaan veranderen. - Beslissen en voorbereiden
In deze fase besluit iemand om zijn gedrag te gaan veranderen en treft hiervoor de nodige voorbereidingen. - Uitvoeren
In deze fase laat iemand zijn nieuwe gedrag zien. - Volhouden
In deze fase volhardt iemand zijn nieuwe gedrag en weerstaat moeilijkheden. Hierbij wordt rekening gehouden met de kans op - Terugval
Door terugval te zien als een fase in het veranderingsproces, kunnen de cliënt en de budgetbegeleider daar op anticiperen, door bijvoorbeeld te inventariseren wat moeilijke perioden zijn.
Een cliënt zal bij gedragsverandering ook altijd weerstand voelen. Ook dit neemt de budgetbegeleider mee in de begeleiding. De budgetbegeleider maakt op basis van de fase waarin de cliënt zit, een stappenplan om de financiële zelfredzaamheid te bevorderen.
Stappenplan in het kort
Het Nibud heeft een stappenplan opgesteld om cliënten te begeleiden naar financiële zelfredzaamheid. Deze stappen vindt u hieronder kort weergegeven.
- Oorzaak van de schulden
- Analyse van de cliënt en de huidige situatie
- Conclusie
- Doelen stellen
- Keuze van middelen/instrumenten
- Terugval voorkomen
- Nazorg
Meer weten?
Wilt u meer weten over geld en gedrag, dan kunt u het boek Geld en Gedrag, budgetbegeleiding voor de beroepspraktijk bestellen.
Wilt u uw inzicht en vaardigheden verdiepen op het gebied van gedragsverandering en budgetcoaching? Dan is de Training Coachend budgetbegeleiden misschien iets voor u.
