a a a

Nibud: Koopkrachtontwikkelingen 2012-2017

12 november 2012

Het Nibud heeft op verzoek van de Tweede Kamer een analyse gemaakt van de inkomens- en koopkrachtgevolgen van de beleidsvoornemens van het kabinet. Voor deze analyse is het Nibud uitgegaan van het voorgenomen beleid zoals staat aangegeven in het Regeerakkoord. Belangrijk aspect hierbij is dat het Nibud al het beleid heeft doorgerekend en niet één of enkele maatregelen. Op deze manier kan het Nibud een compleet beeld van de financiële situatie geven, zodat mensen echt weten waar ze aan toe zijn. Nieuwe scenario’s zijn niet meegenomen omdat die ten tijde van het rekenwerk nog niet bekend waren. Het Nibud vindt dit rapport zeer nuttig. Het laat zien dat de koopkrachtdaling veel minder rigoureus is dan eerder gesuggereerd, het Nibud ziet ook plussen. Bovendien ligt er nu een gedegen basis waarmee nieuwe scenario’s ook kunnen worden doorberekend.

Het Nibud heeft voor 100 voorbeeldhuishoudens op een rij gezet wat de koopkrachtverandering is tussen 2012 en 2017. Het Nibud vergelijkt het maandinkomen van 2012 met een maandinkomen in 2017. Op die manier is goed te zien wat het voorgenomen beleid voor de portemonnee betekent. Wat opvalt, is dat de koopkrachtverschillen variëren van plus 5 % tot min 16 %. Het Nibud ziet dat vooral de inkomensafhankelijke zorgpremie van invloed is op de portemonnee voor hogere inkomens. Voor midden en lage inkomens zijn de koopkrachteffecten minder groot dan eerder in andere berekeningen werd gesuggereerd. Dit komt omdat het Nibud in de berekening ook de huurtoeslag die mensen krijgen en het inkomensafhankelijke eigen risico bij de zorgpremie die mensen zullen gaan betalen heeft meegenomen.

Werken loont

Het Nibud ziet dat over het algemeen dat het kabinet werken beloont. De meeste tweeverdieners gaan er op vooruit, ongeacht of ze kinderen hebben. Pas als het inkomen hoger wordt dan €75.000 per jaar is er een koopkrachtdaling te zien. Die wordt veroorzaakt door de inkomensafhankelijke zorgpremie. Zo gaat een stel met twee kinderen waarbij beiden werken, en samen € 30.000 en € 20.000 verdienen er 2,1% op vooruit, € 75 per maand. Een stel met twee kinderen die samen € 75.000 en € 30.000 verdienen gaan er 5,1% op achteruit, € 294 per maand.

Bijstand daalt

Wat opvalt, is dat een alleenstaande ouder met één kind en een bijstandsinkomen er € 100 op achteruit gaat, omdat het bijstandsbedrag daalt en in totaal ook minder tegemoetkomingen verkregen wordt door het wegvallen van het de zorgtoeslag en de lagere kinderbijslag. Dit is een koopkrachtdaling van 6,4%. Zou deze persoon twee kinderen hebben dan zou diegene er minder op achteruit gaan omdat het kindgebonden budget voor het tweede kind veel meer stijgt. De koopkrachtdaling is dan 4,2%; € 72 in 5 jaar tijd.

Gepensioneerden leveren in

Daarnaast gaan mensen die met vervroegd pensioen zijn, er flink op achteruit, bijna 15 tot 16%. Dit komt doordat de aanvullende pensioenen dalen terwijl de prijzen stijgen, maar ook omdat ze inkomensafhankelijke zorgpremie moeten gaan betalen en de zorgtoeslag verdwijnt. Maar het Nibud brengt hierbij wel de kanttekening aan, dat de meeste mensen die nu met vervroegd pensioen zijn, dat over 5 jaar niet meer zijn.

Voorbeeldberekeningen

Koopkrachtontwikkeling voor 2017
(bedragen netto per maand)

procentueel 

in euro’s per maand

1

Alleenstaande ouder, 2 kinderen, bijstand

- 4,2%

- € 72

2

Paar zonder kinderen, alleenverdiener, € 30.000 

+ 1,3%

+ € 26

3

Paar 3 kinderen, alleenverdiener € 75.000

- 8,4%

- € 336

4

Alleenstaande 65+ AOW + € 10.000 pensioen

- 6,8%

- € 120

De achtergronden bij deze voorbeeldberekeningen vindt u in het rapport 'Koopkrachtberekeningen 2012-2017' (pdf). Daar vindt u ook voor honderd andere voorbeelden koopkrachtberekeningen. De term koopkrachtontwikkeling staat voor de hoeveelheid goederen en diensten die met het netto inkomen kunnen worden gekocht in vergelijking met vorige jaren.

Nieuwe plannen nieuwe koopkrachtcijfers?

De vraag is natuurlijk in hoeverre het nieuwe kabinet deze plannen gaat doorvoeren. Nu al is bekend dat het voorgestelde zorgplan waarschijnlijk plaats zal moeten maken voor een ander plan. Het Nibud kan nu nog niet berekenen wat dat voor de portemonnee gaat beteken, omdat de uitgewerkte cijfers nog ontbreken. Zodra die cijfers openbaar worden zal het Nibud ook daar een berekening van maken.

Achtergronden bij de berekeningen

De koopkrachtverschillen zijn omgerekend naar gemiddelde maandbedragen. Fiscale voordelen, vakantiegeld, kinderbijslag en dergelijke zijn al bij het netto maandbedrag geteld. Bij de bedragen is het Nibud uitgegaan van een inflatie van 9,5% en bruto loonontwikkeling van 8 %. Alle fiscale regelingen van 2012 tot en met 2017 zijn gebruikt. We zijn er vanuit gegaan dat alle toeslagen en inkomensondersteuning worden aangevraagd. Er is geen rekening gehouden met wijzigingen in de bijzondere bijstand of gezondheidssituatie. De hier genoemde huishoudens zijn slechts voorbeelden, waarbij de situatie simpel is gehouden. Er is geen rekening gehouden met specifieke aftrekposten of bijtellingen. In werkelijkheid gebeurt er natuurlijk veel meer in een huishouden. Promotie, veranderen van baan, (gedeeltelijk) stoppen met werken, gezinsuitbreiding e.d. zijn gebeurtenissen die veel meer van invloed zijn op het besteedbare inkomen van huishoudens. Als gevolg van het bovenstaande zullen huishoudens zich nooit helemaal herkennen in de hier gegeven voorbeelden.

Download het rapport  'Koopkrachtberekeningen 2012-2017' (pdf)

Contact

Bel: 030 - 23 91 350 (9 - 13 uur)


Nibud nieuwsbrief Altijd op de hoogte met de Nibud-nieuwsbrief!