Samenwonen: wie betaalt wat?
Heeft u plannen om te gaan samenwonen, dan wilt u waarschijnlijk ook een deel van uw geldzaken samen regelen. Woont u al samen? Dan kunt u uw afspraken met deze informatie wellicht opnieuw bekijken.
Wie betaalt wat?
In een huishouden moet heel wat worden betaald, bijvoorbeeld de huur, de boodschappen, het lidmaatschap van een sportclub, de krant. Sommige van deze uitgaven moet u op een of andere manier verdelen. Het is het eenvoudigst om alle inkomsten in één gezamenlijke pot te stoppen en hieruit alles te betalen. Dit gebeurt vooral wanneer een huishouden één inkomen heeft. De meeste mensen kiezen echter niet voor deze methode; zeker niet als ze net samenwonen. Ze betalen ieder een deel.
Soorten uitgaven
Er zijn drie soorten uitgaven: vaste lasten (bijvoorbeeld de huur en verzekeringen), huishoudelijke uitgaven (bijvoorbeeld boodschappen) en reserveringsuitgaven. Voor de reserveringsuitgaven zet u regelmatig geld opzij: voor meubels, apparatuur of de vakantie.
U hoeft niet alle kosten te verdelen, het hangt ervan af of het een uitgave voor u persoonlijk of een gezamenlijke uitgave is. Persoonlijke uitgaven betaalt u zelf. De huur, boodschappen en meubilair zijn kosten die u samen maakt; over de verdeling hiervan maakt u afspraken. Let wel op dat u beiden genoeg overhoudt voor uw persoonlijke uitgaven. Bespreek daarom eerst samen wat u onder gezamenlijke uitgaven verstaat.
Het is het handigst als u een aparte rekening opent voor de gezamenlijke uitgaven. Hierop stort u allebei het afgesproken bedrag. Een verdeling van de kosten kunt u op de volgende manieren maken:
1. Naar verhouding van inkomen
Stel dat u 3/5 deel van het inkomen verdient en uw partner 2/5 deel. U betaalt dan 3/5 deel van de gezamenlijke uitgaven en uw partner 2/5 deel.
2. Hetzelfde bedrag overhouden
Tel alle gezamenlijke uitgaven bij elkaar op en trek het totaalbedrag van beide inkomens hiervan af. Het bedrag dat overblijft - het vrij te besteden budget - deelt u door twee.
Kijk nu naar het inkomen van de minstverdienende partner en zet hiervan zijn of haar vrij te besteden budgetdeel apart. Het bedrag dat overblijft is de bijdrage voor de gezamenlijke uitgaven. De partner met het hoogste inkomen betaalt de rest van de gezamenlijke uitgaven.
3. Ieder de helft
Deze manier is alleen aan te bevelen als de partner met het laagste inkomen voldoende overhoudt voor zijn of haar persoonlijke uitgaven.
4. Een vaste bijdrage
Wanneer uw partner bij u intrekt, kunt u afspreken dat hij of zij een vaste bijdrage betaalt, kostgeld dus. Dat kan bijvoorbeeld als u een eigen huis of inwonende kinderen hebt, of wanneer een van u hoge lasten heeft waardoor een verdeling niet redelijk is. Een vaste bijdrage is ook handig als u op proef gaat samenwonen.
Afspraken op papier
Het kan zinvol zijn om afspraken op papier te zetten. Dat kan in een samenlevingscontract. Hierin kunt u onder andere afspreken hoe u de kosten verdeelt en vastleggen welk bedrag beide partners als spaargeld hebben ingebracht. Bel voor meer informatie de Notaristelefoon: 0900-346 93 93 (elke werkdag tot 14.00 uur).
Meer informatie
Kijk ook eens op Wijzeringeldzaken.nl/samenwonen-trouwen. Het platform CentiQ, Wijzer in geldzaken is een initiatief van het ministerie van Financiën, waarin verschillende partners (waaronder het Nibud) samenwerken aan financiële consumentenvoorlichting.![]()
